Jaargang 31 nr. 11, november 2016

Jaargang 31 nr. 11, november 2016

Om de overledenen van het afgelopen jaar met dreigende teksten een laatste keer te gedenken lijkt me nogal ongepast. In onze tijd op de Zuid Hollandse eilanden kwamen gemeenteleden nogal eens geschokt terug van begrafenissen van familieleden uit de Gereformeerde Gemeente of de daar erg zware Gereformeerde Bond. Geen troost, geen genade maar hel en verdoemenis.
In de periode dat Bob Dylan zich ‘wedergeboren christen’ noemde schreef hij over dat oordeel. When the cities are on fire with the burning flesh of men....hou je er dan aan vast dat de dood nog niet het einde betekent. Er is een oordeel maar laat je niet bang maken.         
For the tree of life is growing where the spirit never dies        
and the bright light of salvation up in dark and empty skies      
De levensboom is er ook nog en vergeet de Geest niet en de redding, het heil dat God de mensen heeft aangezegd.
Geen oordeel dus in deze laatste weken van het kerkelijk jaar. Maar hoe zit het dan met het oordeel? In de bijbel staan er veel teksten over, al zijn het er lang niet zo veel als die over liefde en genade. God oordeelt de wereld. En ons mensen, die daarop wonen. Of niet soms?
In de meest bekende gelijkenis over dit onderwerp wordt de kudde van Christus in twee groepen verdeeld. Aan de ene kant de mensen die hebben omgezien naar wie zwak, ziek, arm en gevangen was, maar nooit zagen dat het Jezus was. Aan de andere kant de mensen die in al die hongerigen, naakten, vreemdelingen en gevangenen met geen mogelijkheid Jezus konden ontdekken.
 
 
 
Of zoals Jezus het elders verwoordt: Niet iedereen die Heer, Heer roept maar wie doet de wil van mijn Vader, is op weg naar het Koninkrijk van God.
Het wonderlijke van die twee groepen bij het oordeel is dat ze geen van beiden Jezus zien in al dat schorriemorrie. Als ze het hadden gezien, hadden ze misschien allemaal het goede gedaan. Want iedereen wil Jezus toch wel helpen in zijn nood!
Maar Jezus als een mens die niet is om aan te zien, zoals Jesaja de Messias omschrijft, nee, daar hebben we moeite mee.
En daarmee roepen we het oordeel over ons af. Nee, niet als brave burgers, zelfs christenen, van Delfzijl. Maar als brave wereldburgers. Omdat we maar niet leren kijken met de ogen van barmhartigheid en mededogen. Omdat we bij het zien van ellende al gauw weer over gaan tot de orde van de dag.
Zelfs als we niet behoren tot al die mensen die denken dat ze met alle geweld anderen tot hun standpunt moeten overhalen. Of met alle geweld macht over de ander willen uitoefenen. Of met alle geweld de macht van de ander willen breken.
God oordeelt. Waar was je toen ik je nodig had?
Maar het oordeel heeft niet het laatste woord. Na de beroemde zin uit het evangelie naar Johannes, want God had de wereld zo lief dat hij zijn enige Zoon heeft gegeven, opdat iedereen die in hem gelooft niet verloren gaat, maar eeuwig leven heeft, vervolgt Jezus met: God heeft zijn Zoon niet naar de wereld gestuurd om een oordeel over haar te vellen, maar om de wereld door hem te redden.
Het geloof in Christus gaat ten diepste niet over het oordeel maar over liefde en genade. Dat is de boodschap waarmee we op weg zijn gestuurd. Met die boodschap mogen we ook de maand november doorleven.

terug