Jaargang 32 nr. 2, februari 2017

Jaargang 32 nr. 2, februari 2017

Je moet er rekening mee houden dat je net als veel van je kerkgenoten ten prooi gaat vallen aan allerhande malheur. Ik merk dat de spieren net een tikkeltje minder soepel zijn dan toen ik vijfentwintig jaar geleden het doel van het laagste elftal van de FC Loppersum verdedigde.

Levensloopbestendig betekent een slaapkamer beneden, een douche en geen bad, ach, al die dingen die je in de reclame voorbij ziet komen, wanneer je een trouw afnemer bent van het nieuws om één uur ’s middags. Het begint met brillen en gehoorapparaten, het gaat verder met scootmobielen, trapliften en natuurlijk de inloopdouche.

Maak je maar klaar nu je AOW-gerechtigd bent. Dus nemen wij de ene na de andere verstandige beslissing in de stille hoop dat we daarmee het naderend onheil zullen afweren.
En dan denk je ineens, is de kerk wel levensloopbestendig? Nu we in Delfzijl serieus over onze toekomst moeten nadenken, wordt dat een urgente vraag. We hebben als Algemene Kerkenraad een commissie Toekomst ingesteld. We kijken naar 2020 en met de landelijke kerk naar 2025. Landelijk en regionaal gaat er veel veranderen. Want we hebben als kerk een veel te grote broek aangehouden, we dachten dat het evangelie nu eenmaal levensloopbestendig is en dat daarom ook de kerk levensloopbestendig zou zijn. Dat tweede blijkt een misvatting.

Harde cijfers, ernstige gesprekken, genoeg om je af te vragen wat de toekomst van de kerk zal zijn, of de kerk, waar we aan gewend en gehecht zijn, wel toekomst heeft. Of het niet hoog tijd is om de zaak te verbouwen en die levensloopbestendigheid te realiseren. In Delfzijl betekent dat in de eerste plaats de vraag of we de twee wijken gaan opheffen om als één kerkenraad verder te gaan. Met het oog op het beroepingswerk maar ook omdat we elkaar hard nodig hebben. En wanneer er een nieuwe predikant, of misschien wel anderhalve komt (nadat we onze financiën op orde hebben gebracht; zie de actie Kerkbalans) dan zullen we ook verder moeten kijken. Naar de kerkgebouwen bijvoorbeeld. Houden we het vol met drie (vier) kerkgebouwen en drie begraafplaatsen? Of moeten we naar iets heel nieuws kijken? Zoals een nieuw gezondheidscentrum niet in het oude ziekenhuis komt maar op een heel nieuwe plek.

Wanneer de jas te ruim wordt of een huis te groot, gaan we op zoek naar een maatje kleiner. Wanneer het om de kerk gaat, schuiven we beslissingen vaak te lang voor ons uit tot we door de toekomst worden ingehaald. Soms willen we, als we oud worden, niet omzien naar een kleinere, comfortabeler woning. Dan gebeurt het wel dat we door een gebroken heup of andere problemen gedwongen worden tot een oplossing die we eigenlijk niet willen. En denken we: Hadden we maar eerder. Ik hoop dat we als twee of drie kerkgemeenschappen van Delfzijl niet zo dom en kortzichtig zullen zijn.

Gelukkig wordt er al veel samen gedaan. Samen de handen uit de mouwen steken bijvoorbeeld. Zoals we dat al jaren doen in de Missionaire Werkgroep. Voor Brazilië, voor Ghana en nu voor Bangladesh. Samen, Noord en Zuid.
Dit voorjaar gaan we op 1 april, u leest er in dit kerkblad meer over, een B(ak), B(loemen) en B(oeken) markt voor Bangladesh houden. Met als hoogtepunt natuurlijk ‘Heel Delfzijl Bakt’. We rekenen op u. Over prijzen, die u kunt winnen, durf ik niets te zeggen, we weten als goede christenen wel waar onze beloning vandaan komt. En wie er niets van bakt, kan altijd (maar wel tegen een prijs!) komen kopen. U mag er zelfs uw vasten voor doorbreken!

Samen dingen doen, samen leuke dingen doen, niet voor eigen gewin maar voor een ander die het (nog) harder nodig heeft dan wijzelf. Zodat wij in Delfzijl elkaar vinden en de kerk hier en in Bangladesh toch een beetje toekomstbestendig wordt.
Te beginnen op 1 april.

 

terug