Jaargang 32 nr. 3, maart 2017

Jaargang 32 nr. 3, maart 2017


Het valt me op dat er bij ons veel minder inspanning voor geloof wordt verlangd dan bij anderen. Moslims kennen veel regels voor de vijf dagelijkse gebeden, voor het vasten, voor de omgang met anderen, etc. In de verte lijkt het op wat wij van Joden kennen, met hun naleving van de wet. Net zo iets indrukwekkends zie ik bij Eritreese orthodoxe christenen. Gebeden, gedragingen en vasten gebeuren allemaal volgens vastliggend protocol. Bij alles merk ik dat er bij hen veel gevraagd wordt van een christen die er ernst mee maakt.

Op bezoek bij de Turkse moskee – bijvoorbeeld in de maand Ramadan – moet ik wel eens uitleggen hoe het komt dat er bij ons zo weinig verplichtingen zijn vanuit de kerk. Hoewel, het is niet zo gemakkelijk uit te leggen dat wij – sinds de reformatie van Luther, Calvijn en Zwingli – heel veel regels overboord hebben gezet, die voor de angstige laat-middeleeuwer tot een obsessie werden. Hoeveel die middeleeuwse gelovige ook deed, maar nooit kreeg die zekerheid of die genoeg had gedaan om genade in Gods ogen te vinden. Dan is de reformatorische variant van het christelijke geloof een bevrijding. Immers, voor jouw heil is alles al gedaan. Vasten hoeft bij ons niet, maar mag wel, en is zelfs wel aan te raden. Overigens is er ook bij de katholieken onder ons weinig meer over van het vasten van vroeger.

Is er dan bij ons helemaal niets verplicht? Ja, het bezoeken van kerkdiensten eens per week, de dagelijkse gebeden bij de maaltijden thuis en bij het begin en einde van de dag. En tegelijk weten we allemaal hoe we elkaar op deze terreinen geen verplichting meer opleggen. Alles is bij ons ter vrije keus aan de mensen zelf. En wat zie je als mensen de vrije keus wordt gelaten? Allicht kiezen mensen doorgaans voor de meest gemakkelijke variant.

Persoonlijk denk ik dat dit meer te maken heeft met het vrije westen dan met onze protestantse geloofstraditie. Levend in een rondomwereld waarin bijna geen vaste instituties overleven beseffen we dat we onze kerkleden tot weinig meer kunnen verplichten. Want anders ben je ze gemakkelijk 'kwijt'. En dus neigen we er naar mensen vooral vrij te laten.

De vrijheid van de protestantse traditie – van Luther, Calvijn en Zwingli – is anders. De vraag “hoe krijg ik een genadige God” hoeft niet meer beantwoord te worden met goede werken en een aantal verplichtingen. Nee, Gods genade is 'gratis' voor ieder die gelooft dat Christus zich heeft ingezet om mensen te behouden en bij God te bewaren. En hiervoor heb je ook geen groot geloof nodig; een 'mosterdzaadje', zelfs een geloof met twijfels is al genoeg. God ziet immers om naar feilbare en tekortschietende mensen: God ziet de intentie aan.

Zelf zie ik het grote verschil tussen de christelijke vrijheid en een westerse vrijblijvendheid. In christelijke vrijheid leunt de begenadigde mens niet achterover, maar neemt die zijn/haar verantwoordelijkheid. “Werken der dankbaarheid” noemt de Heidelbergse Catechismus die verantwoordelijkheid: uit dankbaarheid doe jij aan anderen wat God aan jou heeft gedaan. Uit dank aan God zet jij jou in voor mensen die jouw ondersteuning nodig hebben. Uit dank aan God neem je jouw verantwoordelijkheid voor de aarde.

En daarvoor is een tijd van onthouding in de veertig dagen naar Pasen een goede stimulans. Het doet er toe; God ziet jouw intentie aan. En het mag ons ook inspanning kosten, niet om onszelf te redden, maar voor de redding van anderen. Neem het Evangelie niet te gemakkelijk op.
 

 

terug