Die mij droeg op adelaarsvleugels Die mij droeg op adelaarsvleugels
Week 28: 7 t/m 13 juli 
Die mij droeg op adelaarsvleugels  -  Huub Oosterhuis

Die mij droeg op adelaarsvleugels
die mij hebt geworpen in de ruimte;
en als ik krijsend neerviel
mij ondervangen met uw wieken
en weer opgegooid
totdat ik vliegen kon
op eigen kracht.

Het schijnt dat een adelaar zijn jongen leert vliegen door het jong op te pakken, het te dragen en vervolgens los te laten, in de hoop dat het zo al fladderend leert vliegen. Maar als het jong dreigt neer te storten, duikt de ouder er pijlsnel onder en vangt het op door zijn vleugels wijd uit te spreiden als een vangnet. Het jong wordt opgevangen en weer op het nest gezet. Zo kan het zonder angst, maar met veel zelfvertrouwen blijven oefenen tot het echt zelf kan vliegen. Het zou misschien gemakkelijk zijn voor het jong indien het altijd gedragen werd. Maar dat is niet de bedoeling! Het moet zelf leren vliegen. Het zou voor ons soms ook zo veel makkelijker zijn als we alles aan God konden overlaten. En God dus ook overal de schuld van konden geven. We moeten echter zelf leren vliegen. Zelf leren leven, op eigen benen staan en eigen keuzes maken.
Ik vind het een rustgevende gedachte dat je, wanneer je het even niet meer ziet zitten, wanneer het even niet meer gaat, dat je je dan kan laten opvangen door die sterke vleugels om, even maar, gedragen te worden tot je zelf weer verder kan. Dat God ons de ruimte laat en opvangt als we dreigen te vallen, dat geeft kracht om te leven.
(ds. Marja de Jager)



 
terug