Jaargang 33 nr. 11, november 2018

Jaargang 33 nr. 11, november 2018

Toen je groot was je bang voor de hangjongeren op de straat, die overlast veroorzaakte. Met brommers en leren pakken. Kerels met tatoeages die vuil op straat achterlieten. Maar je mocht niet bang zijn. Je kon niet laten merken dat je bang was. Het was belachelijk om bang te zijn, tenminste als je de verhalen hoorde van je buurman, van je vriend en de vriend van je vriend. Die wisten er wel raad op. Je kon het niet zeggen, deed alsof het je niets deed. Maar je bent nog altijd bang. Bang dat je peuter uit het speelrek valt. Bang dat ze je tienerdochter zullen aanraden. Bang voor een aanslag die er eens zal moeten komen. Bang voor moslims, voor rechts-radicalen. Voor drugsdealers. En voor inbrekers. Bang dat je ziek zult worden of er brand zal uitbreken, of je huis ten ondergaat aan de NAM. Bang voor je werkgever. Bang voor een relatiebreuk. In het bestuur waar je in zit zie je onredelijkheid, wanbestuur, maar je draait je hoofd weg, bang dat jij zelf onderwerp zal worden van onrede. Genoeg excuses om er niets aan te doen. Maar achter de opgesomde feiten zit maar een realiteit: angst. Zelfs binnen de kerk. Je bent bang als je naar de toekomst kijkt en daar een grote chaos ziet. Maar je mag het niet laten blijken. Ze lachten je uit als je bang bent. Alleen bij God mag je bang zijn. God lacht je niet uit. En omdat je bij God mag uithuilen, omdat je voor God kunt toegeven dat je in een heel klein hoekje weggekropen zit, daarom zie je het nu anders.

Wees niet bevreesd, zegt de engel tegen Abraham, Tegen Mozes, tegen Maria, wees niet bevreesd zegt de engel tegen de vrouwen bij het graf.’ Ik ga iets nieuws beginnen, het is al begonnen, zie je het niet?’ Je hebt niets te verliezen. Als God voor ons is, wie zal dan tegen ons zijn, zegt Paulus in Romeinen 8, en in II Korinthe 5 zegt hij: ‘Want wij weten indien de aardse tent waarin wij wonen, wordt afgebroken, wij een gebouw van God hebben, en in de hemelen, niet met handen gemaakt, een eeuwig huis. In september deden weer veel kerken mee aan de kerkproeverij. Ook wel back to church genoemd, omdat het voor nieuwe en voor oude leden is. Vele jaren eerder al in andere landen geïntroduceerd. De gemeenteleden wordt gevraagd ieder een gast mee te vragen naar de zondagse dienst. Men vindt dat een mooi idee. Het idee wordt gedragen door de gemeente. Maar dan de feiten. 80% heeft niemand meegevraagd. De redenen zijn divers. ‘Als mijn gast moeilijke theologische vragen zou stellen, dan zou ik geen antwoord geven. Dat zou jammer zijn.’ ‘Als ik haar meevraag naar de kerk moet ik haar ook thuis uitnodigen, en ik heb niets aan te bieden.’ ‘Ik weet zeker als ik hen vraag dat ze ‘nee’ zullen zeggen, kan ik het beter niet doen.’ ‘Ik denk dat hij mij uit zal lachen.’ ‘Ik denk dat als zij meegaat, ze het niets zal vinden.’ Een lange rij van antwoorden die rationeel klinken maar allemaal verbonden zijn met een emotie: angst. Echter: 20% van de mensen gaat ervoor. Ze wagen het erop. Ze stappen erop af en proberen het. En een deel daarvan slaagt in de opzet. Zij nemen een gast mee naar de kerk. En onderzoek heeft aangetoond dat van die nieuwe gasten die de kerk bezoeken 20% na 2 jaar vast kerklid is geworden en een deel van hen gedoopt is. Een deel van de vragers komt alleen, zonder gast. Was hun vraag tevergeefs. Nee, want voor sommige mensen is het vijf voor twaalf, zij wachten op een uitnodiging. Net dat zetje om ze over de drempel te helpen. Voor anderen is het 5 over twaalf. Zij zijn er nog lang niet klaar voor. Voor nog weer anderen is het twintig voor twaalf. Zij zijn op zoek, maar weten nog niet waarnaar. Zij gaan er over nadenken, Als wij nodigen tot de eredienst, dan bouwen we een brug tussen God en mens. Het helpt ons bezinnen op onze woorden, het doet ons kijken naar onze gastvrijheid en laag- of hoog- drempeligheid. Het confronteert ons met de vraag wat geloof ik zelf eigenlijk. Wie er over die brug komt dat moeten we afwachten. Maar zonder brug weten we het zeker: dan kom je niet aan de overkant. Dus blijf metselen en vrees geen kwaad want bij God is niets onmogelijk.
 

terug