Jaargang 34 nr 12, december 2019

Jaargang 34 nr 12, december 2019
Je kunt toch niet elk jaar met dezelfde boodschap op de proppen komen. En toch gebeurt dat in wezen wel. Want achter elke boodschap die we maar verzinnen over vrede, respect, verzoening, gaat het verhaal van Jezus de Messias schuil. Het verhaal van de Liefde, met een hoofdletter, omdat dit verhaal verwijst naar Gods liefde voor ons mensen. Liefde is de bron van ons bestaan en vormt de grond onder onze voeten. Al het andere: de vrede, het respect, gemeenschapsvorming, aanvaarding en solidariteit, is geënt op de liefde. De hoofdkerstboodschap is wat mij betreft dan ook: heb elkaar lief, zoals God ons heeft liefgehad. Zó lief dat Hij mens geworden is, in Jezus het kind van Bethlehem.
 
Liefde wordt vaak verbeeld door een rood hart. Van de liefde gaat je hart sneller kloppen. Het is een mooi beeld wat veel zegt. Naast dit beeld wil ik een woord aan liefde toevoegen: licht. Licht en liefde zijn als het ware tweelingwoorden. Ze horen onlosmakelijk bij elkaar. Stel je de liefde eens als zwart voor of paars. Dat lukt amper. Maar liefde als licht voelt als een warme deken om je heen. Je weet je veilig en geborgen in dat licht en in die liefde. Zo wil Jezus, het kind van Bethlehem, licht en liefde zijn. Hij straalt uit wat God is en doet wat God wil. Als geen ander laat hij mensen stralen! Hij is niet uit op eigen eer en roem. Hij verheft zijn stem niet op de straat, verkoopt geen populaire praatjes of knollen voor citroenen. En toch staat Hij voor wat Hij waard is! Gods beeld en gelijkenis, het licht voor de wereld. Voor mensen die ziek zijn, geknakt, verworpen, miskend. Voor de wezen en armen en wie wanhopen en geen uitweg meer zien. Jezus zet ze op de been. Geeft ze hun leven terug en laat ze stralen. Hij geeft licht!

‘Geef licht’ is het thema van het adventsproject. Tegelijkertijd klinkt het als een krachtige kerstboodschap. ‘Dat moet kunnen’, zou je eerste reactie kunnen zijn. Maar om licht te geven, om licht te verspreiden, moet je het licht wel in jezelf zoeken en vinden. We denken immers eerder te klein dan te groot van onszelf. We kijken het liefst van ons af. Die ander is beter, is talentvoller, is aardiger, is socialer, is geloviger, is mooier, is wijzer dan ik. We zien een ander stralen en dekken het licht in ons zelf toe.  Daarbij komt, dat we vaak niet geleerd hebben om positief naar onszelf te kijken. “Doe maar gewoon” en “wees niet zo arrogant”. Niet-groots over jezelf denken, is daarmee het gedrag geworden waarmee je goedkeuring van je ouders of omgeving oogstte. Dat gaf en geeft een gevoel van veiligheid. Elke andere gedachte hebben we geleerd af te keuren, dus op de voorgrond treden voelt onveilig.

‘Geef licht’, wil mensen echter niet klein houden maar in hun kracht zetten. Zoals Jezus dat deed. Dat mag je dan ook geloven, dat het licht van Gods liefde in je brandt. Als bron van je bestaan. Want wie Gods licht en liefde weet te ontvangen, gaat ervan delen. Dat heeft Jezus ons geleerd en voorgedaan. En zo hebben we God in Hem als mens leren kennen. Geef licht en straal! Zoals verwoord in het mooie gedicht van H. Stufkens uit:

Vrede voor jou.

Steek een kaars aan in het duister
Laat het licht toe in je hart
Maak je handen niet tot vuisten
Streel maar zacht wat is verhard
Steek een kaars aan in het duister
En zaai vrede waar je gaat
Strek je armen uit en luister
Naar de mens die naast je staat
Steek een kaars aan in het duister
Eer wat kwetsbaar is en klein
Ga geduldig tot het uiterst
Laat waar jij bent vrede zijn.
terug