Jaargang 34 nr. 7/8, juli/augustus 2019

Jaargang 34 nr. 7/8, juli/augustus 2019
Veel van de correspondentie van Calvijn is bewaard gebleven – brieven van hem en brieven aan hem. Enkele daarvan heeft Dr. R. Schippers verzameld in het boekje 'Johannes Calvijn', uit een wijde kring van contacten in verschillende landen. Hier leren we Calvijn kennen als een warm mens.

Idelette, brief aan Farel, april 1549
Ontroerend is de brief die hij op 2 april 1549 schreef aan zijn vriend Farel (sinds 1538 uit Genève verbannen en sindsdien woonachtig in Neuchâtel), drie dagen na het overlijden van zijn vrouw Idelette:
Het bericht van de dood van mijn vrouw zal al wel tot jullie doorgedrongen zijn. Ik doe mijn best, zoveel als ik kan, opdat het leed mij niet helemaal verstikt. Ook de vrienden zijn er en doen al het mogelijke om het bittere hartzeer wat te lenigen… Zij had over haar kinderen(uit haar eerste huwelijk, een zoon en een dochter, vert.) geen woord gezegd… Daarom zei ik haar, waar de broeders bij waren, dat haar kinderen mij zo na aan het hart zouden liggen, alsof het de mijne waren. Zij antwoordde: 'ik heb ze al bij de Here aanbevolen'. Ik zei: 'dat verhindert niet dat ik het mijne doen wil', ze zei terug: 'Als ze de Here na aan het hart liggen, dan gaan ze ook jou ter harte, dat weet ik'…

Aan Beza, 1561
Op 1 oktober 1561 schreef Calvijn een brief aan zijn tien jaar jongere vriend en collega Beza. Die was toen in Frankrijk om te onderhandelen over de positie van de Hugenoten (de Franse aanhangers van de Reformatie):
… Konden we je maar zo gauw mogelijk gezond en wel weer hier terugkrijgen. Denk je echter, dat zo'n overhaast vertrek gevaarlijk zou zijn, dan moeten we beiden maar ons verlangen de baas blijven. Geef niet te veel toe aan de wensen van mensen, die noch jouw leven noch het gemeenschappelijk welzijn van de kerk ter harte gaat. Ik hoor, dat je al helemaal vermagerd bent en ik verbaas me daar niet over bij de gedurige overlading met zo veel werk…Veel daarvan is wel bitter noodzakelijk, maar als je niet om je gezondheid denkt, zorg je slecht voor ons en voor de kerk.

Aan Thomas Cranmer, Engeland, 1552
Was Calvijn een groot ijveraar was van een 'zuivere kerk' en niet bang voor scheuringen? In tegendeel, meer dan anderen heeft Calvijn geijverd voor de eenheid van de protestantse kerk, als een soort. 'verbindingsofficier tussen calvinisten, lutheranen, zwinglianen en anglicanen'.  Zo schreef hij  aan de anglicaanse aartsbisschop Thomas Cranmer:
…Tot de ergste misdaden van onze tijd moet ook gerekend worden het feit, dat de kerken zozeer vaneen gescheurd zijn, dat nauwelijks nog een menselijke gemeenschap onder ons bestaat, laat staan dat de heilige gemeenschap van de leden van Christus aan de dag zou treden, die wel door allen met de mond wordt beleden, doch door weinigen met de daad ernstig beoefend… Zo geschiedt het, dat het lichaam der kerk, omdat de leden verscheurd zijn, verminkt terneder ligt. Wat mij betreft, indien ik van enig nut zou kunnen zijn, zou zo nodig het oversteken zelfs van tien zeeën wegens deze zaak mij niet verdrieten…
Cranmer had onder Hendrik VIII de inhoud van de leer van de kerk en de sacramenten in reformatorische zin hervormd. In 1566, toen Maria Tudor de kerk weer onder gezag van de paus wilde brengen is Thomas Cranmer als ketter verbrand.

Aan Farel, 1552 en nog steeds actueel...
…Ik hoor dat jouw buitengewoon lange preken aan veel mensen reden geven om te morren. Je ziet daarin ook zelf een fout die je graag zou willen verbeteren. Nu echter verzoek ik je dringend: maak het liever met geweld korter dan dat je satan de gelegenheid geeft die hij zoekt om gefluister te maken tot oproerig geschreeuw….  We moeten zorgen zo een manier van preken te hebben, dat niet uit verveling verachting voor het Woord groeit.
Ook het gebed kun je beter lang maken als je voor jezelf bidt, dan wanneer je het uit naam van de hele gemeente uitspreekt. Want je vergist je, als je dezelfde ijver, die jij hebt, van allen verlangt…
 
terug