Jaargang 34 nr. 10, oktober 2019

Jaargang 34 nr. 10, oktober 2019
Wij zijn verslaafd geraakt aan controle en perfectie en aan de regie in eigen hand te willen houden. Gelukkig en succesvol zijn is de norm.  Wat heeft dit te maken met transcendentie? Zijn wij onze weerbaarheid zo verloren door de perfectie? In het lijden in de kampen heeft hij ontdekt dat je alles in jezelf moet zoeken. In lijden stijg je vaak boven jezelf uit. Die transcendentie is God. Geen persoon maar iets om je aan vast te houden. Wat je troost en je te hulp schiet. Die werkelijkheid heeft zin, maar we moeten die zin in ons zelf zoeken. Die kracht zit in ons allen verborgen als een eigen schepping, verkregen door de Schepper.
 
Je ziet in onze tijd dat veel mensen niet meer naar de kerk gaan. Gun ze om met één been, soms beide benen er naast te staan, zo schetst hij. De rugzak zit te vol met traditie en dogma’s. Daar hebben we te veel op gehamerd, te veel van meegekregen en meegegeven.
In dogma’s zit ook niet de transcendentie van God.
De zin van ons bestaan, zegt Krankl, kun je alleen in jezelf, door eigen ervaringen, vinden.

Ervaringen zijn zo verschillend bij mensen, terwijl dogma’s algemeen zijn. Nee, laat de dogma’s maar even op vakantie gaan. Daar zitten er teveel van in onze rugzak. In de kampen ’40 – ’45 waren het niet de regels, de normen, de dogma’s die troostten. Maar door het lijden ontdekte je, ervoer je, wat de zin van je bestaan was, in alle diepte en breedte van je bestaan. In die transcendentie, die ik God noem, niet als persoon, maar als eigen ervaring, wisten de mensen in de kampen zich vast te klampen als enige troost in die ontroostbare omstandigheden. Dit artikel in de Volkskrant begin mei raakte me diep. Zo vaak heb ik docenten gevraagd, wat ik me moet voorstellen bij het woord ‘Transcendente God’. Nooit ontving ik daarover een bevredigend antwoord. En zie hier, een ervaringsdeskundige wijst ons hierin een weg. Ik had het woord transcendent aan God toegekend. Als de “transcendente God”.

Maar Krankl ontdekte en vertelde dat, als we boven ons zelf uitstijgen, door het lijden in de ogen te durven te kijken, dat we dan daarin de zin van ons leven kunnen ervaren. Dat we dan in verbinding staan met dat wat wij God noemen. Wat is dat, ‘boven jezelf uitstijgen’? We hebben allemaal momenten dat je ervaart: denk ík dat?, doe ík dat?, waar komt dat weg?, nooit geweten dat dit in mij zit”. Dan groei je even boven jezelf uit. Het is een kracht die in je eigen schepping, door de Schepper erin is geschapen, zo vertelt Krankl. Dat raakt mij diep. Het lijkt een beetje op wat de filosoof Emmanuel Levinas zegt over “hoe je God kunt zien of ervaren” Hij zegt  daarvan: ‘God zie en ervaar je in de ogen van diegene die jou goed gezind is, die jouw kwetsbaarheid serieus neemt; in de spiegeling van die ogen huisvest God’.

Mijn moeder zei eens tegen ons, toen wij wars waren van geloof en gebod: “Het verhaal over de ongelovige Thomas, de twijfelaar, staat niet voor niets voor ons beschreven. Het werkt als een gelijkenis van Jezus. Of het zo gebeurd is, is ondergeschikt aan wat er bedoeld wordt. Twijfelen aan geloven, daar is niets mis mee. Dat is ook niet het belangrijkste, belangrijk is dat je DOET. Geloven kan ongelooflijk voor je zijn, maar Jezus vraagt ons allereerst om de naaste even belangrijk te vinden dan je zelf. DOEN! Daar heb je je handen meer dan vol aan. Dus laat de vraag of je wel of niet kunt geloven maar even achterwege.”  Het lijkt op wat Krankl over het rugzakje zei.

Nu denk ik: moeder, ik zou je eigenlijk heel graag nú vertellen, hoe gelijk je had, zonder het  tóen te weten. Dankzij deze Joodse psychiater.
Gelijkenis, zo zei je, vergelijkend met Thomas. Thomas’ ongeloof ging over de vijf wonden van Jezus. Over het lijden en sterven van Jezus. Hij zag geen Jezus die terug was.  Krankl leert ons dat de ervaring van een transcendente God te ervaren valt juist door het lijden heen. “Door het lijden in de ogen te durven kijken.” Zoals Thomas het wilde ‘zien’.
Moeder toch, ik wist nooit wat transcendent betekende, geen docent wist mij het te vertellen. Terwijl jij mij het vroeger al zo haarfijn hebt uitgelegd, zonder dat we dat wisten, jij niet, wij niet.  Wat een mooie, intense, verdiepende ervaring. Dat je voort leeft in mij, ervaar ik al lang, maar vandaag komt er een verdieping bij. Dank!!

Afgelopen week hebben we Gré Dodde begraven. Ook zo’n vrouw vol wijsheden waar veel van te leren viel. Voorjaar 1989 bezochten wij een lezing in Loppersum wat uitging van de Provinciale Werkgroep Vrouw en Geloof. Eva Ouwehand, theologie student, leerde ons die avond, dat naast een groep leerlingen, er ook altijd een groep vrouwen met Jezus meetrok. Lucas 8:1-3. Na de lezing was Gré helemaal onthutst dat ons dat nooit is geleerd, maar wel in de Bijbel staat. Daar hebben we later intens over kunnen napraten.

Dat voelde (heb ik nu geleerd) als een aanwezigheid aan transcendentie waarmee we elkaar heel diep in de ogen mochten kijken. Mooie herinneringen bewaren we aan haar.
Ook als onze wijkouderling.

Foto: Redactieservice oktober 2019, licentie: redactieservice
 
terug