Jaargang 34 nr. 1, januari 2019

Jaargang 34 nr. 1, januari 2019

Ik las over Mozes, die de stenen tafelen kapot smeet vanwege afgodenverering. Mijn volk deed hetzelfde, maar er was geen Mozes.
Ik las over Jeremia in de tempel, en hoe hij hamerde op echte gerechtigheid. Dat mankeerde in mijn tijd, maar waar was een nieuwe Jeremia?

Toen zei één van onze rabbi’s: ‘waar geen mens is, wees daar een mens’, en: ‘zo niet jij, wie dan wel? – alsof de Eeuwige zei: ‘Doe jij het maar.’
Zo begon ik. Ik wist dat mensen zouden zeggen dat ik makkelijk praten had, Daarom trok ik me terug. Weg van alle verleidingen. Om authentiek te zijn. Ik had een succesvolle rabbi kunnen worden, met een schare volgelingen. Nee alsjeblieft, verschrikkelijk.

In de woestijn, dáár worden we Gods volk. Waar niks is, waar je leeft op hoop van zegen, met wat manna van boven, met water uit een rotsspleet, daar leer je vertrouwen, hopen, bidden, en danken.
 Ik ging niet de woestijn in om radicaal God te dienen. Het ging me om mijn hele volk. Daarom begon ik te dopen. Dat deden we altijd al met gojim, met heidenen.

Wilde iemand bij onze God horen, dan moest eerst het heidense eraf gewassen worden. Kopje onder, in de Jordaan, schoon, en nieuw. Maar ik zei: dan wij ook! Wij zijn toch geen haar beter. Als je lef hebt, als je echt wilt veranderen, kom dan hier, en laat je als een goi te laten schoonwassen.  
En dat lukte. Heel Judea en heel Jeruzalem liepen uit, schrijft Lucas, jullie verslaggever. Kreeg ik toch nog die volgelingen. Blijkbaar herkenden de mensen wat ik zei. Zochten er veel meer naar een stijl van leven waarbij je elkaar recht in de ogen kunt kijken, en je voor God niet hoeft te schamen.  

Sommigen vertrouwde ik niet. Farizeeën en Schriftgeleerden. Ik geloofde voor geen cent dat ze het meenden. Wat riep ik toch: ‘Slangengebroed’, of zoiets. En: ‘Denken jullie dat je zo het oordeel kunt ontlopen!’ Ik was bang dat ze het als een ritueeltje zagen, die doop. Stel nu dat er een God is, en stel dat er een oordeel is, dan kan ik toch maar beter naar de kerk gaan, dat kom ik er misschien nog goed af.’ Alsjeblieft zeg! Dat kan toch nooit wat worden! Dat heb ik niet bedoeld met mijn oordeelsverhaal, ik heb de mensen willen shockeren: zo serieus is het. Maar ik heb niet gewild dat ze uit angst gingen geloven. Als het niet iets van binnen is, dan heeft geloven toch geen zin?

Nee, ik deed het voor wie het doorhad. ‘Johannes, wat moeten we doen?’ zeiden ze. Dat is de goede vraag. Wat staat je te doen, als je volgeling van de Eeuwige wilt zijn, als je wilt leven naar Zijn richtlijnen.
 Ik vroeg geen onmogelijke ascese. Niet de woestijn in te gaan. Blijf op je eigen plek, maar doe het net even anders. Als je veel hebt, deel het. Als je naast verarmt, help ‘m. Als je tollenaar bent, ja dan mag je ontslag nemen. Maar het is ook al heel wat, als je eerst maar eens probeert een fatsoenlijke tollenaar te zijn. Soldaten, ik heb ze niet gevraagd om te deserteren, of pacifist te worden.  Ik zei: misbruik je machtpositie niet; plunder niet, doe het met je soldij. 

Toen kwam Jezus. Sommigen zagen mij als de Messias, maar een bevlogen profeet, niet verwarren met de Messias. Dat ik Hem zou ontmoeten, daar had ik totaal niet op gerekend, en dat ik hem zou dopen al helemaal niet!  
Als hij kwam, natuurlijk zou hij het dan van me overnemen. Maar nee, hij wilde nota bene zelf gedoopt worden. Je weet vast dat ik protesteerde: ik jou dopen? Never nooit niet! Het moet omgekeerd. Maar hij stond erop, en zoiets weiger je niet. Ja, de rest is geschiedenis: de duif, de stem uit de hemel. Jullie weten hoe het met me afgelopen is, toch? Het heeft me letterlijk de kop gekost, uiteindelijk. Heb ik altijd ingecalculeerd, je bent profeet of je bent het niet. Ik had Herodes op z’n vestje gespuugd vanwege z’n buitenechtelijke relatie. Met de vrouw van z’n broer, nota bene! Dat doe je niet, dat is elementair, je blijft buiten de relatie van twee mensen. ‘Moet toch kunnen’, zeiden ze toen ook al. Zeker in de hoge kringen, daar denken ze zo vaak dat ze boven de wet staan.

Discussies met Herodus deden hem twijfelen. Alleen, net niet genoeg om ‘m echt op andere gedachten te brengen. Daar was ik altijd bezorgd over: Dat de mensen zeiden: ja ja, eigenlijk heeft die Johannes gelijk. Hij heeft een punt! We zouden ruimhartiger, trouwer, vromer, eerlijker en radicaler moeten zijn. Maar ja, we zitten nou eenmaal in dit spoor, het gaat zoals het gaat.
Maar in de gevangenis had ik als troost, dat het verhaal doorging. Dat heb ik nog een keer nagevraagd. ‘Ben jij het echt, Jezus, of moeten we toch nog op iemand anders wachten?’ Ik kreeg snel bericht terug: Kijk om je heen, zie je het niet gebeuren?

Dat wil ik jullie ook meegeven. Let op de sporen van de Messias. Van Messiaanse mensen. Probeer het zelf te zijn, waar je kunt!

Foto: Wikimedia Commons, titel: Rose mit Rauhreif/Eiskristallen, auteur: 3268zauber, licentie: GNU Free Documentation License
.
 

terug