Jaargang 34 nr. 4, april 2019

Jaargang 34 nr. 4, april 2019
Jezus gaf zijn hart aan de mensen; zijn vraag is dat mensen hun harten aan elkaar schenken. Samen brood en wijn delen. Brood, teken van leven; wijn, teken van bloed. Herinnerend hoe Jezus zijn leven gaf, tot de dood toe.
Stille tijd, Passietijd. Jezus’ lijden is zó groot.  “Laat deze beker aan mij voorbijgaan” was zijn bede.

Biddend, smekend, angstig als een mens. Hij gaf zijn hart vrijwillig aan de mensen, maar zijn lichaam offeren? 
Moet dat, nee toch? Dat kostte óók hem bloed, zweet en tranen. Zijn verzet daartegen moest overwonnen worden. Dat gedenken wij in de Passieweken, toetsend aan ons eigen leven. Het maakt elk jaar weer grote indruk op ons. Jezus’ overwinning, vol te houden, ook al kost hem dat zijn leven, dat noemen wij “Opstanding”. Zoals de graankorrel sterft, en in de aarde valt, om opnieuw vrucht te dragen.

ALS DE GRAANKORREL STERFT ……….
Oratorium voor de Veertigdagentijd en Pasen
Tekst: Marijke de Bruijne; muziek Anneke van der Heiden, Peter Rippen, Chris van Bruggen.
Deze, in Groningen geboren Oratorium, gebruikt Tjerk de Vries in de erediensten tijdens deze periode tot en met Pasen. Niet alles wordt gezongen, wat stukken er uit. Het begon de eerste zondag in de Veertigdagentijd met het lied over deze veertig dagen. Ik noem hier het 4e couplet:
 
Veertig dagen nog tot Pasen,
soms een tocht door de woestijn,
om te leren en te vragen,
hoe je duister kunt verjagen 
om met Pasen klaar te zijn
 
Woestijn -  40 dagen – duisternis verjagen – om met Pasen klaar te zijn – hoe?  “Vastentijd”  heet deze periode in de Katholiek kerk. Sober leven, om te leren weten wie je zelf écht bent. Dat is voor niet elk mens gelijk. Ieder mens draagt zijn of haar eigen kruis aan verdriet, beleeft zijn of haar eigen vreugden.  Dat wisselt per jaar, afhankelijk van wat er het afgelopen jaar met je is gebeurd.  “Nu al weer die veertig dagen, wat een onzin” hoor je soms zeggen. Zoals elk jaar verschillend is, zo verschillend is ook elk jaar de beleving tijdens deze periode. We mogen inkeren, in ons zelf. Mogen de weg (soms haast onbegaanbaar) gaan die voor ons zelf de weg is. Met alle verdriet, minpunten aan ons zelf en pijn. Maar ook vreugde, geluk. Een periode om tot jezelf te komen. Een ‘heilige’ periode.

Er is een zogenaamde “kook – dominee“, die deze veertig dagen zoveel mogelijk alleen de fiets gebruikt en die uitgenodigd kan worden om met gemeenteleden een avond samen te koken, te praten om daarna samen te eten. Hij gebruikt daarvoor hele oude Joodse gerechten, uit het begin van de jaartelling. Alles is anders, het eten, de gesprekken, allemaal ten gunste van een verdieping in jezelf. Ik zag in de Kerkbode dat in Winschoten zo’n avond met hem is belegd. Zijn eigen gemeente weet dat hij in deze 40 dagen alleen het hoognodige werk doet en dat hij verder her en der uitgenodigd kan worden voor een ‘kook en praat avond’. Hij was jaren geleden bij Annemiek Schrijver in haar programma, toen hij daarover vertelde. Deze tijd gebruikt hij om het leven tot op het bot te verkennen - het duister te verjagen, om “met Pasen klaar te zijn”. Hij vertelde: “Ik word overal uitgenodigd in alle kerken van Vrijzinnig tot heel zwaar Orthodox, iedereen wil dit proces wel eens aangaan. Daar doe ik het voor, om verbinding te maken tussen mensen onderling, zoals Jezus ons dat, ‘van Godswege’ leerde”.

Zelf heb ik eens een hele zware, depressieve periode moeten ondergaan. ‘Doorleven’ was afzien en inzien dat ik zo niet verder kon. In die periode was er ook een veertig dagentijd tot Pasen. Met Pasen, ondanks dat ik nog heel diep zat, dichtte ik een gedicht, wat me nog heel dierbaar is.  Ik wist zeker dat het eens écht Pasen voor mij zou worden.  Die opstandings-gedachte was en is nog altijd mijn houvast.
Zoals Eugen Drewermann de veertig dagen tot en met Pasen helder weergeeft:
 
“DE DOOD DIE LEVEN BRENGT”
enkel en alleen door LIEFDE.
 
Dat dit mysterie, na een periode van inkeer, ons tot een feestelijk ‘Pasen’ mag worden!!!
En we uit volle borst kunnen zingen: “Jezus is vanuit liefde ons voorgegaan door ‘Op te staan’ ”!
 
                             OPSTANDING        (Pasen 1991)
Verdróngen wordt
wie ik wél ben.
Gedwongen wordt
die ik niét wil zijn.
Wie ik wel was
bij geboorte,
die wil ik weer worden.
In dat 'zijn'
wil ik terugkeren
OPSTAAN
 
Foto: Wikimedia Commons, / Pasen Y Beban, auteur: Boskimano, licentie: GNU Free Documentation License

 
terug