Jaargang 35 nr. 2, februari 2020

Jaargang 35 nr. 2, februari 2020
We worden geraakt door zijn houding; zo zouden wij ook wel willen, als we heel bang zijn.
Dat vertrouwen van Jozef in de put, van Daniël in de leeuwenkuil, of David met zijn vijand Goliath. Verhalen, de Bijbel staat er vol van. Eigenlijk is de Bijbel één groot verhaal.

De Statenvertaling, de eerste Bijbel in de Nederlandse taal, kwam uit in 1637. Tot ver in de twintigste eeuw ging men ervanuit dat de Bijbel van de eerste tot de laatste letter geschiedenis was. Vandaar ook dat we op de lagere school een cijfer kregen op Bijbelse Geschiedenis. Het was gebeurd zoals het er stond. Hij was letterlijk vertaald, zonder twijfel.  Pas eind twintigste eeuw ontdekte men het verschil tussen oosters en westers schrijven. Dat oosters literair schrijven met westers denken werd gelezen. Maar oosters schrijven kun je niet met de letterlijkheid lezen zoals westerlingen het doen. Voorbeeld: Als ons iets wordt gevraagd, geven we daar ons eigen en direct antwoord op. Als je een oosterling een vraag stelt, antwoorden ze: er was eens…….en dan komt er een verhaal, waar jij zelf je eigen antwoord in mag ontdekken.
Al studerend daarover heb ik me wel eens afgevraagd: “Zouden al de kerkscheuringen er niet zijn geweest, als we dit al vanaf 1637 hadden geweten? Wat jammer, maar we wisten het niet”.

Het hele Oude Testament is zo opgebouwd. Jezus wist dat, had dat in de tempel geleerd bij de  Schriftgeleerden. Als men Jezus een vraag stelde zei hij dan ook: er was eens….en dan kwam er een gelijkenis, een verhaal, wat  de mensen aansprak. In die gelijkenissen konden de mensen hun eigen antwoorden ontdekken. Alle vragen aan Jezus werden met een gelijkenis beantwoord. Eén keer maar gaf Jezus rechtstreeks antwoord. Op de vraag van de rijke jongeling hoe het Koninkrijk van God te ontvangen. Al die prachtige verhalen van het oude testament zijn op dezelfde wijze ontstaan als de gelijkenissen van Jezus. In de jaren zeventig werd daar uitgebreid over geschreven. Onderwijzend personeel ging twijfelen of ze die verhalen aan de kinderen nog konden vertellen. Natuurlijk, juist wel, kinderen voelen dat feilloos aan, dat je daar van leert. Zoals al die mooie sprookjes ons leren goed en kwaad te onderscheiden. Zo leren Bijbelverhalen ons het verschil tussen macht en kracht te onderscheiden. Macht is naar je toehalen, er zelf beter van worden. Kracht is wat je geeft en niet alleen voor jezelf houdt; is steun en troost en mededogen.

De kern van al Jezus’ lessen over God, geloof en ongeloof zijn voor mij: “LEVEN EN LATEN LEVEN”!

Dat is Jezus’ boodschap, Jezus’ missie. Vat dat maar eens samen in een mooi verhaal, in een gelijkenis, zoals Jezus dat deed.
De Volkskrant vroeg aan medici: artsen, verpleegkundigen, ziekenhuisspecialisten om verhalen die hen in de loop van hun loopbaan geraakt hadden. Elke week kwam er een verhaal. Een jaar lang. Ze zijn inmiddels gebundeld. Soms lopen de tranen je over de wangen. Met één van die verhalen, en naar analogie van Bijbelverhalen, eindig ik dit hoofartikel.
“Omdat ik weet dat een verhaal veel meer kan doen dan een goede preek”!  Dit verhaal heet:
 
“Die éne patiënt” van Hugo Heymans, gepensioneerd Kinderarts.

Elke avond langs bij een zieke kleuter om haar welterusten te wensen……..

Dat verhaal kunt u vinden op:
https://www.volkskrant.nl/wetenschap/elke-avond-langs-bij-een-zieke-kleuter-om-haar-welterusten-te-wensen~bc4ec03c/

Foto: : Google, Wen maar aan die warme winter, Lincentie: vrij

 
terug