Jaargang 35 nr. 3, maart 2020

Jaargang 35 nr. 3, maart 2020
Daar kwamen de verhalen over de koningen van Israël bij: Saul, David en Salomo. Gelijktijdig leerde ik de namen van steden en bergen kennen: Bethlehem, Jericho, Jeruzalem, Sinaï en Tabor. Nog voordat ik in klas vier van de lagere school de kaart van Nederland uit mijn hoofd moest leren, kende ik uit de Bijbelse geschiedenis namen en plaatsen in Israël. Als kind had ik het idee dat Israël aan de andere kant van de wereld lag omdat je er met het vliegtuig naar toe moest. Israël hoorde bij de kerk, bij God, bij mij omdat ik ook van de kerk en van God was. En ik hoefde er niet per sé geweest te zijn om mij er een voorstelling van te kunnen maken. De plaatjes uit de kinderenbijbel en de Bijbels wandplaten op school schetsten prachtige beelden van dit verre, in mijn ogen ‘exotische’ oord. Mannen met baarden in lange gewaden, vrouwen prachtig gesluierd en kinderen met donkere lokken en bruine kijkers. En dat allemaal tegen het decor van witgepleisterde huizen met platte daken, nauwe steegjes en groene weiden waar Jezus in het zachte gras de mensen lief had en genas.

In het jaar 2000 zijn Eelco en ik er voor het eerst geweest. Ouder en wijzer geworden, inmiddels ook student theologie aan de RUG in Groningen, had ik mijn romantische blik op Israël verruild voor een realistischer. Ik wilde graag kennis maken met het land van de Bijbel maar had tegelijkertijd ook mijn vragen bij de zo genaamde heilige plaatsen en de zweem van commercie die daaromheen hangt. Met een open blik zijn we erheen gegaan. En we ontdekten dat Israël een fascinerend land is met een lange historie, een rijke cultuur en mooie natuur. En het deed ons ook wel wat om te ervaren: hier is het allemaal gebeurd. Hier liggen oude sporen van lang vervlogen tijden zoals beschreven in de Bijbel. En van Jezus die in Nazareth opgegroeid is, in Capernaüm gewoond heeft en in Jeruzalem gestorven en begraven. De plaatjes uit de kinderbijbel kwamen tot leven door de atmosfeer en de geuren en kleuren van deze landstsreek.

Landstreek, noem ik het. Want de staat Israël zoals we die nu kennen, bestaat nog maar sinds 1948. Daarvoor was er slechts één keer eerder sprake van een zelfstandige staat. Onder het bewind van de koningen Saul, David en Salomo van  1025-922 v. Chr. vormden de twaalf stammen van Israël één koninkrijk. Daarna viel het uiteen in het noordelijke koninkrijk Israël: het tienstammenrijk, en het zuidelijke koninkrijk Juda: het tweestammenrijk. In 722 v. Chr. kwam Israël in handen van de Assyriërs en Juda in 586 v. Chr. in handen van de Babyloniërs. Daarna waren er steeds andere overheersers die in het ‘oude Israël’ de dienst uitmaakten. De Joden verspreidden zich over de aarde (de zgn. Joodse diaspora) en richtten nederzettingen op in de hoop een veilige plek te vinden om te leven en te werken. Als volk bleven de Joden bestaan, maar zonder land en eigen overheid.

We kennen de gevolgen. Eeuwenlang zijn de Joden vervolgd. Hadden ze een veilig bestaan opgebouwd, zich een thuis verworven, werd er wel weer een aanleiding gevonden om ze te bedreigen, weg te jagen en uit te roeien. Het antisemitisme kent een lange geschiedenis die duurt tot vandaag met de holocaust tijdens de tweede wereldoorlog als absoluut dieptepunt. Wat het verlangen naar een eigen thuisland alleen maar verstevigde. Een verlangen wat al speelde in de 19e eeuw met de opkomst van het zionisme. En waar zou dat thuisland, zo was de gedachte, beter kunnen liggen dan in Palestina? Door de eeuwen heen waren kleine Joodse gemeenschappen in Palestina blijven bestaan. In de 18e en 19e eeuw arriveerden regelmatig groepjes Joden die, meestal onder leiding van een rabbijn, uit de diaspora terugkeerden naar hun heilige land, in de hoop daar een beter bestaan te vinden. De Joodse bevolking in Palestina groeide daardoor geleidelijk. Lange tijd leefden in dit gebied moslims, christenen en Joden in relatieve rust naast elkaar. Door opkomende nationalistische tendensen bij Joden en Arabieren verhardden standpunten zich, wat resulteerde in een claim van beide partijen op stukken grond in Palestina en de oprichting van de staat Israël in 1948 door Joodse leiders. Het conflict tussen Joden en Palestijnen, wat latent al langere tijd speelde, laaide op met geweldsuitbarstingen en oorlogen tot gevolg. Een conflict wat nog steeds het leven danig beïnvloed van beide bevolkingsgroepen, zonder uitzicht op duurzame vrede.

Tijdens mijn studiereis in januari hoorde ik de verhalen van Joden en Palestijnen. Vaak schrijnende verhalen van mensen die zich niet gehoord, niet gezien, niet aanvaard weten. Van beide kanten wordt er op elkaar geschoten, terwijl mensen van beide bevolkingsgroepen smachten naar een veilige plek om thuis te zijn. Aan de basis wordt er hard gewerkt aan verzoeningsprojecten. Daarvan heb ik meerdere mogen bezoeken. Vrouwen en mannen die zich niet bij de uitzichtloze situatie neerleggen maar bouwen aan een vreedzame samenleving van onderop. Tekenen van hoop!

Israël een volk, een land. Ik ben er nu twee keer geweest, in dit omstreden maar vooral ook boeiende land. Een land waar oud en nieuw naast elkaar bestaan, waar een high-tech industrie samengaat met het bewaren van oeroude tradities en gewoonten. Een land om sjalom, vrede, toe te wensen. Een land om terug te komen!

Foto: Google, Tuinkalender maart, alle buitenklusjes op een rij,licentie: Freese

 
terug