Jaargang 35 nr. 7/8, augustus 2020

Jaargang 35 nr. 7/8, augustus 2020
En op vrijdagmorgen deden we in klas 5 en 6 aan ‘Bijbeltje-schrijven’. Daarvoor hadden we een schrift en een werkboekje. Dit werkboekje bevatte vragen, knip- en kleuropdrachten over Bijbelverhalen en Bijbelse personen. We mochten de plaatjes uitknippen en in het schriftje plakken. Soms met een verhaaltje erbij. Ik genoot hiervan. In die tijd werd er verder niet zoveel op een ‘creatieve wijze’ geleerd. Wie van de lagere school afkwam, had een rugzak vol feiten opgedaan over de Bijbelse geschiedenis, het geloof en zelfs over de kerkgeschiedenis. Het was een tijd waarin het vooral om kennis draaide. Geloven betekende: weet hebben van… Weet hebben van God, van de Bijbel, van de kerk.

Lange tijd draaide het op school en in de kerk om kennis. Spreken over God betekende weten wie God is en wat Hij doet. En als het goed was, werd daar niet aan getwijfeld. De jaren ‘70 en ‘80 die volgden, kenmerkten zich door grote maatschappelijke veranderingen. De emancipatie van vrouwen en arbeiders zette door. Veel meer jongeren dan voorheen ‘leerden door’ en volgden beroepsonderwijs of gingen naar de universiteit. Door de moderne communicatiemiddelen (televisie, telefoon, computer) werd de wereld een stuk kleiner. Binnen ‘no time’ wist je wat er aan de andere kant van de oceaan gebeurde en mensen gingen massaal op reis. De zondagsrust werd meer en meer ingeruild voor een dag van uitgaan, sport en ontspanning. We werden geleerd assertief te zijn, onszelf te ontplooien en op te komen voor onze rechten. Hiërarchische structuren vielen in duigen. Konden vroeger de dokter, de dominee, de meester, de notaris, de rechter en ministers afgaan op hun gezag, meer en meer werd dit gezag onder kritiek gesteld en moesten ze het verdienen.

Al deze ontwikkelingen sijpelden door in de kerk. Ook de kerkganger emancipeerde zich. Er kwam ruimte voor twijfel. In plaats van te weten wie God was, stelde men vragen bij het bestaan van God en bij de feitelijkheid van de Bijbelse geschiedenis. De wonderverhalen konden toch niet echt gebeurd zijn? En wat is dat voor een God die in sommige verhalen zo wreed uit de hoek komt? En als God liefde is waarom laat Hij dan al die ellende in de wereld toe? Het verhaal van God wilde betekenis krijgen voor het leven anno 2000. Theologen als Harry Kuitert en Cees den Heijer die een breed publiek aanspraken, hebben hierin een rol gespeeld. Als ook dichters als Huub Oosterhuis en Sytze de Vries. Het nieuwe liedboek is hiervan een sprekend voorbeeld. De nieuwe liedteksten, gebeden en meditatieve teksten laten ruimte voor verschillende godsbeelden en voor het mysterie God. In mijn lagere schooltijd werd niet over God als mysterie gesproken en werden er geen vragen gesteld over ‘hoe dat nu zit tussen God de Vader en Jezus zijn Zoon’. Een zeker weten werd hoger aangeslagen dan twijfel en aanvechting. Nu wil ik beide niet tegenover elkaar plaatsen. Alsof het een beter is dan het ander. Geloof en twijfel zijn volgens mij twee kanten van dezelfde medaille. En dan wil ik voor het woord geloof graag het woord vertrouwen gebruiken. Wie zegt ‘ik vertrouw op God’ of ‘ik vertrouw erop dat wat Jezus zei en deed mijn leven zinvoller maakt’, spreekt vanuit een relatie met God en Jezus over het geloof. Die zegt: ‘ik wil mij op de een of andere manier met God inlaten en Jezus volgen’.

Door de loop der jaren zijn we met andere woorden over God en Jezus gaan spreken. Enerzijds komt God daardoor meer op afstand te staan. Wie alleen maar over God spreekt als ‘een mysterie groter dan mijzelf’ kan de band met God kwijtraken. Elk mens blijft voor zichzelf en de ander altijd een stukje mysterie. Wat je nooit helemaal doorgronden kunt. Maar daar bouw je geen relatie op. Juist de herkenbaarheid van emoties, gevoelens en waarden bij anderen zorgt ervoor dat je je tot elkander aangetrokken voelt. Zo zal er ergens een connectie moeten zijn tussen God en ons. De bijbelschrijvers hebben die gevonden door God menselijke eigenschappen te geven en door met verschillende beelden over hem te spreken. God is liefde, maar God kan ook boos worden. God is geduldig maar soms is de maat vol. God is herder en koning, gids en trooster, adelaar en duif, storm en zachte bries, schepper en schild, rechter en wijnboer, vader en moeder. En zo kunnen we nog wel even doorgaan. Steeds spreken mensen met andere woorden over God, al naar gelang de tijd en context waarin ze leven en die van hun eigen levenssituatie. Met een meervoud aan woorden brengen we God ter spraken om Hem een plek te geven in ons bestaan en in de kerkelijke gemeente. En al deze woorden tezamen resoneren in het leven van Jezus. Door Hem heeft God de sluiers rondom Zijn mysterie opgelicht. Wil je God op het spoor komen, laat je dan met Jezus in. Luister naar hoe Hij over God spreekt en naar wat Hij van God verwacht. En verwonder je erover hoe Hij zijn vertrouwen stelt op zijn Abba Vader. En wie weet ga je dan zelf ook wel met andere woorden over God spreken. Woorden die uit je hart komen, woorden die je gemoedstoestand verraden, woorden die een gezonde twijfel in je opwekken, woorden die je troosten en door het leven gidsen. Met andere woorden, wat jouw verhaal met God tot leven wekt en inspireert. Woorden die je ertoe aanzetten Jezus te volgen, woorden die jouw leven verrijken door de kracht van de heilige Geest.

foto: Wikimedia Commons, titel: Joris Leermakers / Vakantie in Beaujolais 2011, licentie: GNU Free Documentation License
.

 
terug