Jaargang 36 nr. 11, november 2021

Jaargang 36 nr. 11, november 2021
Franeker heeft ook bekendheid gekregen als universiteitsstad, de tweede in de Republiek, met 4 faculteiten : theologie, rechten, medicijnen en de 7 vrije kunsten en bekende studenten, zoals René Descartes, bekend door zijn uitspraak “Cogito ergo sum”, “ik denk, dus ik ben”, en Peter Stuyvesant en om wat dichter bij huis te blijven, Joachim Ripperda, heer van Farmsum en zoon van Hero Maurits Ripperda. De grafzerk van deze laatste valt nog steeds in de oostmuur van de kerk van Farmsum te bewonderen. Franeker heeft, zeker bij de wat oudere theologen, bekendheid gekregen door de boekhandel, annex antiquariaat, annex uitgeverij Wever van Wijnen, gespecialiseerd in Algemene Protestantse Theologie, opgericht in 1926 door Tjitte Wever en in 1998 is Dingeman van Wijnen erbij gekomen. Hoewel er in de loop van de jaren wel het één en ander veranderd is (het antiquariaat, met zo’n 100.000 boeken, is verkocht en de eigenlijke boekhandel is overgenomen door Riemer in Groningen) houdt Dingeman van Wijnen zich nog steeds bezig met het uitgeven van bijzondere boeken.

Zo verscheen in 2016 van de Duitse schrijfster Esther Maria Magnis het boek “ Mintijteer “, een zeer aangrijpende roman, waarin de schrijfster haar worsteling over geloven in een god beschrijft, omdat hij toelaat, dat mensen lijden (haar vader krijgt kanker en sterft), omdat hij onzichtbaar is en zwijgt en niet luistert naar de gebeden voor haar vader. De titel van het boek is ontleend aan een zondagsschoolliedje van weleer : “Weet gij hoeveel sterren kleven aan de blauwe hemelboog ?” en het derde couplet eindigt met “en ook u bemint hij teer “, Mintijteer. Vorig jaar, omstreeks deze tijd (28 november is de 1e zondag van Advent) verscheen bij Dingeman van Wijnen, eveneens van Esther Maria Magnis, een  zeer fraai vormgegeven boekje met de titel “ O “. Het boekje gaat over de O-ANTIPHONEN. Een antiphoon of beurtzang is een vers, dat gezongen wordt als inleiding op of ter afsluiting van een psalm tijdens de mis en het getijdengebed. In het Liedboek (2013) komen ze geregeld voor bijv. bij Ps. 121 of Lied 710 / 711. Jammer, dat ze niet vaker gezongen worden. In dit artikel, op weg naar Advent, wil ik aandacht schenken aan de O-Antifonen. Het gaat om 7 antifonen, die in de liturgie van de Rooms-Katholieke Kerk worden gezongen voor en na het Magnificat, de Lofzang van Maria, op 17 t/m 23 december in de vespers, de getijdediensten in de vooravond. Ze staan bekend als de Antiphonae Majores (de grote antifonen). Ze heten zo, omdat alle teksten beginnen met het vocatief-lidwoord “ O ‘’, gevolgd door een naam voor de Messias, naar wie in deze tijd van het jaar verwachtingsvol wordt uitgekeken door christenen wereldwijd.

Dit zijn de 7 O-Antifonen : O Sapientia, O Wijsheid ; O Adonaï, O Heer ; O Radix Jesse, O Wortel van Jesse ; O Clavis David, O Sleutel van David ; O Oriens, O Opgaande Zon ; O Rex Gentium, O Koning der Volkeren ; O Emmanuel, O God-met-ons. De 7 Messiastitels zijn afgeleid van schrift gedeelten uit het Eerste Testament. Als de vetgedrukte eerste letters van beneden naar boven worden gelezen, ontstaat het acrostichon : ERO CRAS.
Dat betekent : “Morgen zal ik er zijn”. Het wordt Kerst !

In het oude Liedboek (1973) heeft Willem Barnard ze vertaald naar Veni, veni Emmanuel, vijf coupletten, die nog allemaal beginnen met de letter “O “. Ik hoop, dat u dit Liedboek nog bezit ! Ongeëvenaard !
In het Liedboek “ Zingen en bidden in huis en kerk “ (het nieuwe Liedboek) zijn ze hertaald en worden alle 7 antifonen weergegeven. Lied 466. Helaas, niet allemaal meer met aan het begin de letter “ O “. In het oude Liedboek komt de letter “ O “ aan het begin van een couplet nog 152 keer voor. In het nieuwe Liedboek is dat een stuk minder : 48 keer.

In de Groninger Kerkbode heeft de redacteur Eddy Mul uit Roodeschool onlangs een artikel geschreven over deze letter “ O “. Hij doet dit aan de hand van Psalm 42 in de oude vertrouwde berijming :  “O, mijn ziel, wat buigt g’u neder”.
Hij komt tot de conclusie, dat de letter “O” aan het begin een sterk gevoel, een emotie uitdrukt, net als “ O, wat erg “,als er een ernstig ongeluk gebeurt of “ O, wat mooi “, als we uitdrukking willen geven aan iets, dat we buitengewoon mooi vinden. De O-Antifonen, niet alleen een Rooms-Katholieke traditie, maar ik spreek de wens uit, dat ze ook in onze erediensten een plaats mogen krijgen.

Foto: Herfst, licentie: Google, Free Documentation License
 
terug