Jaargang 36 nr. 2, februari 2021

Jaargang 36 nr. 2, februari 2021
Prof. Kuitert was in zijn uitleg heel helder:
Het belangrijkste, de rode draad door alle Bijbelverhalen heen is de vraag: “Mens, waar is je medemens?” Nav. de vraag aan Kaïn: “Kaïn, waar is je broer?” Waarop Kaïn antwoordt: “Ben ik mijn broeders hoeder?” Daarin ligt het hele geloof, de hele geschiedenis tussen God en mensen, aldus de lezing van Prof. Kuitert. God die de mens naar zijn evenbeeld schiep, om namens Hem de wereld te bewaren, te onderhouden, te vormen, en rechtvaardig te regeren. Om namens de Schepper vrede en recht te creëren. In het verhaal van Kaïn en Abel ligt het hele geloofsgebeuren opgesloten. Want helaas, de mens voldoet niet aan die scheppingsopdracht. Dat moet wel uitlopen op een ingrijpen van bovenaf en zo is daar Jezus uit Nazareth, die wereld en mens daar naar terug wil leiden. Terug naar de vraag: “Mens, waar is je medemens?” Want we zijn wél elkaars broederhoeder. Bijbelse; Oud Testamentische voorbeelden te over.

Voorbeelden te over in de verhalen over Jezus. De geloofsleer uit die tijd hield in, je strikt te houden aan wat de Schriftgeleerden beweerden over wat Mozes’ wetten omhelsden. Waarmee ze de mensen, waar de wet juist voor is, uit het oog verloren. Zieken, blinden, doven, gehandicapten. De Schriftgeleerden haalden uit de wet van Mozes, dat alle ziekten / handicappen voortkwamen uit de zonde van deze mens, of zonden van hun ouders of zelfs grootouders. Als een straf van God, daar moest je als mens, je niet mee bemoeien, dus niet naar omzien. Zo lazen zij Mozes’ wetten. Jezus, de tweede Adam, kwam met een totaal ander uitleg van Mozes’ wetten. Dat de wet ten gunste voor een mens bedoeld is en nooit ten kwade. Maar de macht wil dat niet horen, je kwetsbaar opstellen ten gunste van de mens, daarmee verlies je je macht en overwicht.

Terwijl Jezus hier zijn kwetsbaarheid laat zien, ten gunste van al die mensen in nood.
De oorlog tussen Jezus en deze kerkleiders is er vanaf Jezus eerste optreden geweest. Ook Adam ruilde zijn kwetsbaarheid in door zelf te weten welke appel hij zou eten. De macht won het steeds van eigen kracht. Zo ook Kaïn en hij doodde zijn broer. “Ben ik mijn broeders hoeder”, zo spreekt een mens vanuit zijn macht. “Ik ben mijn broeders hoeder” zo spreekt de mens die in zijn of haar eigen kracht gelooft. Omdat geloven inzet is voor een bepaalde manier van leven. De tweede Adam probeert opnieuw die Scheppingskracht door te geven. Jezus, de kwetsbare, gelovend in zijn eigen kracht, als een goddelijke vonk en opdracht. Dat is de rode en belangrijkste draad die door heel de Bijbel loopt.

Die draad hanteren, dat heet geloven. Aldus Prof. Kuitert. Geloven in het kwetsbare, ontvankelijke om ieder mens. “De naaste liefhebben als jezelf”. Niet apart, maar samen. Niet meer, maar zeker ook niet minder. Daarmee zijn de hele wet en de bedoelingen van de profeten verbonden. Die link van Prof. Kuitert was voor mij nieuw en ontwapenend. Gaf mij inzicht; ik werd er heel gelukkig en blij van en geïnspireerd door.

Vanuit opmerkingen en vragen kwam vooral naar voren: wat verschilt dit inzicht met het humanisme? Kritische, soms scherpe opmerkingen. Zo scherp dat één van de predikanten zei: dan kan ik beter gaan vissen, want dat is mijn liefhebberij. Heftig, de sfeer werd grimmiger. Totdat de dominee, de visser een scherpte toon zette, waar iedereen van schrok. Het was een poosje stil tot Prof. Kuitert hem antwoordde: “Ik geloof, ik schuif maar eens met mijn vissersstoeltje bij u aan, vissen is ook mijn hobby en wie weet hoe fijn wij het dan samen hebben.” De sfeer veranderde direct. Ieder voelde hoe menens het Prof. Kuitert was. En ook anderen alle ruimte van de wereld gunde!
Die goede sfeer bleef tot het einde. Een ‘studiedag’ om nooit meer te vergeten.

Het gaf mij een nieuw inzicht, vleugels en meer geloof in…...

Foto: Pinterest, Midwinter, licentie: vrij
 
terug