Jaargang 36 nr. 5, mei 2021

Jaargang 36 nr. 5, mei 2021
De tekst is letterlijk overgenomen.
Vergadering van Kerkvoogden op den eersten Mei 1869.
Deze vergadering was belegd om de eerste steen te leggen aan het nieuw te bouwen Kerkgebouw, de kerkvoogden en predikant te elf uur present zijnde, is de festifiteit begonnen met het leggen van de eerste steenen,  nadat door T. Jansen, mr. D. Bonthuis, M. Waalkens en de predikant H. Huysers ieder een steen  was gelegd, nam de predikant het woordt en sprak ongeveer het navolgende rede.
‘Het is een gebruik, bij het leggen van de eerste steen, dat dan daarna een toepasselijk woord wordt  gesprooken. In tegenwoordigheiden van uw allen zijn de eerste steenen door Kerkvoogden en ook door nog als predikant van deze gemeente  aan dit nieuw aan te leggen Kerkgebouw gelegd, gij allen die hier tegenwoordig zijt, zijn er ook getuigen van , en gij jongen van dagen , gij zult  en kunt zoo God u in het leven spaard, mocht lang hierna kunnen na zeggen , dat ook gij gezien hebt, dat de eerste steenen aan dit Kerkgebouw door Kerkvoogden en ook door mij gelegd zijn, en ook gij mannen en vrouwen , en ouderen van dagen die staat op die graven van afgestorvenen, ook gij zijt getuigen van deze plegtigheid. In ’s Heeren Naam Zij ons begin en zonder hem is het tevergeefs dat de werklieden  arbeiden , als God niet met hun is, - om noch een enkel woord te spreeken over de oude afgebrookene Kerk, kan en mag gezegd worden , dat die Kerk door onze voorouders sterk en vast was gebouwd, en bij het afbreeken noch bleek sterk te zijn, want de speetie die daar daarbij is gebruikt, was echt vaster dan de steen.   Dat voor de oude eene. nieuwe Kerk zal verrijzen was ook wel noodig. En waarom zouden wij dit niet doen, onze voorgeslachten hebben met milde hand bijgedragen , en de administrateurs hebben door hunnen goed beheer waaraan wij te danken hebben dat deze gemeente ruime fondsen heeft, opdat wij nu in de gelegenheid zijn zonder bezwaar van de gemeente een nieuwe Kerk te kunnen laten bouwen . En zoo staan wij heden aan de voet van de aanleg van dit nieuw op te bouwen  Kerkgebouw, van lengte en breedte iets minder. De fundamenten van de oude gaan rondom en steunen het nieuwe Kerkgebouw, van netheid en  van sierlijkheid zal deze  bij de oude Kerk niet minder zijn, of worden. en  gij uitvoerder , aan wiens kunde  dit werk is opgedragen , zorg gij dan vooral , en ook de opzigter voor eene deugzaam en nette uitvoering. En ook Gij aannemer wees voorspoedig in al dit werk, en zo gij timmerlieden zijt vlijtig in al uw doen, span de lijnen regt, leg de stenen effen, maak de voegen net, zoo zal dan spoedig dit nieuwe Kerkgebouw tot zijn voltooiing zijn, in de hoope dat geen ongelukken bij deze opbouw zullen plaats hebben , dan zij en wordt voor deze gemeente deze Kerk  waarvan de Apostelen en Profeeten de grond hebben gelegd en waarvan  Jezus Christus is de uiterste hoeksteen , een huis des gebets, waar meenig ziel door de verkondiging  van het Evangelie gevormd en geleid mag worden  tot de kennis van God, en zoo besluiten wij en noch te zeggen ,- God zij ons genegen en beschaame ons niet, in al ons doen.- Ik heb gezegd.


Opvallend is het zinnetje :
 “dat die Kerk door onze voorouders sterk en vast was gebouwd, en bij het afbreeken noch bleek sterk te zijn, want de speetie die daar daarbij is gebruikt, was echt vaster dan de steen.”



Was afbraak van de oude kerk eigenlijk wel noodzakelijk of was er toch iets anders aan de hand ?
Daarover later meer.
 
terug