Jaargang 36 nr. 6, juni 2021

Jaargang 36 nr. 6, juni 2021
In de week na Pasen overleed Den Heijer aan de gevolgen van een tragisch auto-ongeluk, waarbij ook zijn vrouw
betrokken was. Zo kort na Pasen. Een rauwe realiteit en heel treurig. Den Heyer was een vrijdenker, een van oorsprong gereformeerd theoloog. Zijn theologie kenmerkte zich door openheid. Dat bleek al uit zijn boek over de verzoening, waarmee hij in 1997 een rel veroorzaakte. Ondanks het Calvinisme heerste er in de kerk een sterk ‘Erasmiaanse’ geest. Den Heyer was een representant van dié geest.” (Kerkblad Zoetermeer, ds. Karl van Klaveren) (ingekort).

In 1999 kwam Den Heijer naar Groningen. Hij was  gevraagd over zijn boek “Verzoening” te spreken.
Het gehuurde zaaltje bij de Imanuëlkerk bleek veel te klein; de kerk werd geopend, en ook die puilde uit.
Den Heijer legde uit dat de evangeliën niet spreken over een verzoeningsleer door Jezus Christus. Dat de verzoeningsleer vanuit Paulus zijn brieven moet zijn samengesteld, niet vanuit de evangelisten. Omdat de evangelisten zelf Jezus hebben meegemaakt, ga ik er van uit, zo zei Den Heijer, dat die hele verzoeningsleer tot stand is gekomen in een latere tijd waarin de samenleving daar toen behoefte aan had. Geen wonder dat onze jongeren zeggen daar niets meer mee  te hebben, want het past niet meer in de huidige samenleving.
Den Heijer vertelde verder dat het woord ‘verzoening’ slechts één keer voorkomt in de vier evangeliën.
In Mattheus 5 : 24 waar Jezus zegt: “verzoen u met uw broeder en offer daarna uw gave.”
Maw.: Wil je van God vergeving, dan dien je allereerst jezelf te verzoenen met hen waarmee je in onmin leeft. Pas dan is er sprake van verzoening met God. Dát offer zal de mens zélf moeten brengen!

Ik kon het niet geloven. Thuisgekomen heb ik eerst de Concordantie er op geraadpleegd; ik vond enkel dat,  wat Den Heijer aangaf. Niet te geloven. De Verzoeningsleer was ons zo met de paplepel ingegeven. Den Heijer ging voor mij echt té ver. Ik heb alle Evangeliën achter elkaar gelezen, maar vond inderdaad daarin niets over het verzoenend werk van Jezus. Zo kwam ik terug bij de zinsnede van Kuitert: “Mens, waar is je medemens”?
In die vraag ligt heel het verzoenend werk van God, door Jezus opnieuw uitgelegd en beleefd. Dat is Jezus’ overtuiging over verzoening. Met zijn dood tot gevolg. Wat een inzicht. Voor je je dat eigen hebt gemaakt, gaat er een hele tijd overheen. Sindsdien gaat mijn geloof dan ook meer naar: ‘Geloven met je hart, en niet met je hoofd.’ Gevoel beleef je, verstand onderga je. Ik volg daarin Jezus’ woorden in de evangeliën. Verzoenen is: “vergeving vragen, aan diegene waarmee je in onmin leeft.”

Zó leefde Jezus dat voor, zich kwetsbaar opstellend, ten gúnste óók van die ánder. Zoals Pieter Omtzigt en Renske Leijten opkwamen voor de gedupeerden in het belastingschandaal. Ja, durven wij nog wel antwoord te geven op de vraag: “Mens, waar is je medemens?” Anders is de ander ten dode opgeschreven, zoals Abel toen, en de gedupeerden nu. Jezus verkondigt enkel verzoening en leert wat dat betekent in ons dagelijks bestaan. Dat is de Goddelijke boodschap waar Jezus zijn levenswerk van maakte.
“Het offer rondom verzoening ligt in ons eigen handelen tot de naaste, de ander. “

Dat recht, die boodschap, daar gaat het Jezus, namens God, om. Met de vraag die God aan Kaïn stelt:

“Mens, waar is je medemens?”  “Ben ik mijn broeders hoeder?” “Ja,” zegt Jezus, “ja, in Godsnaam,  ga heen en verzoen u.”
Maar wat, als de ander het niet wil hóren, niet mee wil doen, zich niet wíl verzoenen? “Dan”, zo stelt Jezus in:  Matth.10:14 of Marc.6:11 “Verlaat dat huis, of die stad, schudt het stof van je voeten en ga!  

Ga! vervolgt Jezus; maar bedenk wel: “Ik zend jullie als schapen onder de wolven.
Wees scherpzinnig als een slang, maar behoud de onschuld van een duif.”
Als mens onder de mensen. Leven als een ‘goddelijk’ geschapene.
“Je blijven inzetten voor gerechtigheid”, zo vertaalt Den Heijer het.

F
oto: Redactie Service Narratio

 
terug