Jaargang 37 nr.6, juni 2022

Jaargang 37 nr.6, juni 2022
Toen de mensen dat zagen, mopperden ze allemaal en zeiden: “Hij is bij een slecht mens op bezoek.” Maar Zacheüs ging staan en zei tegen de Heer Jezus: “Heer, ik ga de helft van alles wat ik heb aan de arme mensen geven. En als ik iemand te veel belasting heb laten betalen, betaal ik hem vier keer zoveel terug.” Jezus zei tegen hem: “Vandaag is deze man gered, omdat ook hij een zoon van Abraham is. Want de Mensenzoon is gekomen om mensen te zoeken en te redden.” (Overgenomen: https://jezus.nl/zacheus/)
Wat mij in de eerste plaats intrigeert, is dat er van hem gezegd wordt dat hij klein was en niet over de mensen langs de kant heen kon kijken.


Wat mij in de eerste plaats intrigeert, is dat er van hem gezegd wordt dat hij klein was en niet over de mensen langs de kant heen kon kijken.
Ik mag daar graag wat over fantaseren, misschien omdat ik zelf ook niet heel groot ben.
Zou Zacheüs als kind geleden hebben vanwege zijn postuur. Buitengesloten, gepest of over het hoofd gezien? En zouden die ervaringen te maken met zijn keuze voor zijn beroep als belastingontvanger, als tollenaar.?

In Jezus tijd, was de belastingontvanger niet anoniem, wel net zo machtig als de belastingdienst tegenwoordig helaas nog steeds is. Zacheüs had door zijn werk de gelegenheid het de mensen knap lastig te maken. Hij had macht over hen en die heeft hij ook misbruikt. Daarom was het allesbehalve populair bij zijn volksgenoten en hadden zij een hekel aan hem.
Zou Zacheüs het zijn stadsgenoten betaald willen zetten, dat hij vroeger niet door hen gezien werd, misschien uitgelachen of werden er flauwe grapjes over hem gemaakt? Pesten kan heel veel pijn doen.

Het verhaal vertelt verder dat Jezus Zacheüs wel ziet. Hij ziet een mens met een prachtige naam: Rechtvaardig, zuiver. Een mens met een verlangen naar die naam te gaan leven. In de ontmoeting met Jezus heelt Zacheüs en bedenkt hij zelf de oplossing voor de schuld, die hij meedraagt.
Waar Zacheüs zich eerst – misschien wel door de beschadigende ervaringen in zijn kindertijd, isoleerde van zijn stadsgenoten, wendt hij zich na de ontmoeting met Jezus tot hen door zijn rijkdom met hen te delen en hen ruimschoots te vergoeden Zo doet Zacheüs recht om wat fout is gegaan, te herstellen en zuivert hij zijn bestaan. Probeert hij weer bij de gemeenschap te gaan horen, door zich naar hen toe te wenden.
Dit verhaal leert mij onder meer dat ik in de ontmoeting met God los kan komen van ervaringen in het leven die pijn hebben gedaan; om opnieuw ontvankelijk te worden.

Ik schrijf over dit verhaal met oog op het gemeente beraad op zondag 24 april. Toen hebben we samen gepraat over hoe wij de toekomst van onze geloofsgemeenschap zien. We hebben met elkaar gesproken over wat voor goede ervaringen we hebben binnen onze gemeente. En wat voor ons belangrijke zaken zijn die helpen ervoor te zorgen dat onze gemeente een fijne gemeente is en blijft?
Goede gesprekken en de reacties die naar aanleiding van deze gesprekken zijn binnengekomen, bepalen mee hoe het beleidsplan eruit komt te zien.
Uit de reacties blijkt onder andere dat wij veel waarde hechten aan de onderlinge ontmoeting en het belangrijk vinden om naar elkaar om te zien en het gevoel te hebben in de gemeente gezien en aanvaard te worden, zoals wij zijn. Als dat zo is, maakt dat onze gemeente tot een fijne gemeente.
Gezien worden en aanvaard worden zoals wij zijn. Dan kom ik weer terug bij de ontmoeting van Zacheüs met Jezus.
Ik vraag mijzelf af: “Hoe kan ik zelf bijdragen tot die ervaring, dat ik mij gezien en aanvaard voel? “
Ik kom dan tot enkele conclusies.
Als ik uitga van de welwillendheid van de ander, geef ik mijzelf ruimte om het fijn te hebben en mij op het gemak te voelen.

Een klein voorbeeld. Wij hechten eraan dat de ander onze naam kent. Maar tijdens ontmoetingen blijkt dat dit niet altijd zo is. Onze gemeente is groot en wij waren nog midden in ons ‘eenwordingsproces’ als verschillende wijkgemeenten, toen de Coronacrisis, ons overviel en alles stilviel. Nu twee jaar later hervatten wij dat proces, maar inmiddels zijn wel allemaal twee jaar ouder geworden. Met meer seniorenmomentjes.
De naam van de ander vergeten zijn, heeft niets te maken met dat die ander je niet ziet en belangrijk vindt. Die ander doet net als ik zelf zijn best om het goed met elkaar te hebben Positieve gedachten leiden tot positieve gevoelens.
Het geloof in God – in Jezus – kan helend werken als we last hebben van pijnlijke ervaringen van niet gezien worden. Ik meen dat we toch een mogelijkheid hebben om te kiezen, om de teleurstelling in het verleden niet de ontmoeting in het heden te laten bepalen. Om die pijn los te kunnen laten.

Voor mij heeft dit alles te maken met opnieuw ontvankelijk worden en daarom citeer ik hier als afsluiting dat gedicht van Huub Oosterhuis, wat mij telkens weer ontroert en open maakt.
 
Wek mijn zachtheid weer.
Geef mij terug de ogen van een kind.
Dat ik zie wat is.
En mij toevertrouw.
en het licht niet haat.

Foto: Google Pinksteren
 
terug