Jaargang 37 nr. 1, januari 2022

Jaargang 37 nr. 1, januari 2022
Kritisch op de gevestigde kerk, omdat het daar zo mat was en de Bijbel niet letterlijk werd genomen. Op pad met gospelcombo’s probeerden we mensen voor ons geloof te winnen. We haalden ons wekelijkse inspiratie bij een kerkgenootschap in de omgeving. Waar wij actief meededen aan Bijbelstudie, kerkdiensten en bidstonden.
Mijn ouders lieten mij begaan, stelde alleen de voorwaarde dat ik ook naar onze eigen kerk ging (Ned. Hervormd) en naar de catechisatie. Achteraf ben ik hen daarvoor dankbaar, want zo kreeg ik gezond tegenwicht. Niet alleen het vrij fundamentalistische geloofsgoed uit die Jezus beweging, maar ook het geloof van de eigen predikant, met de vernieuwing van de liturgie binnen de kerken, de Vredesbeweging en de vrijheidsstrijd in Zuidelijk Afrika hebben mij gevormd.
Als groep waren we erg bezig met de wederkomst van Jezus. De staat Israël; de bekering van Gert en Hermien, die met hun christelijke repertoire door het land reisden en ook onze omgeving aandeden; de boeken van Hal Lindsey, over het einde der tijden, het hield ons allemaal erg bezig.
Ondertussen ging mijn eigen leventje gewoon door En na elke Maranatha bijeenkomst, rondom het verlangen naar een spoedige wederkomst van Jezus -   dacht ik bij mijzelf; tja, eigenlijk wil ik eerst wel even verkering.  
Nadat ik naar Groningen ben verhuisd, verdween de verbondenheid met die groep. Mijn geloofsweg bracht mij naar andere groepen en uiteindelijk vond ik een thuis, gewoon bij de Nederlandse Hervormde kerk in Roden, later opgegaan in de PKN.

Het is niet verwonderlijk dat het in deze moeilijke chaotische tijden vaker over de Eindtijd en de Wederkomst van Jezus gaat. In wat op ons afkomt via de media, vernemen we dat sommige christelijke denkers de verwachting dat Jezus spoedig zal wederkomen aanwakkeren. Ze verbinden bijvoorbeeld de vaccinatiestrategie met Bijbelteksten en versterken daarmee deze verwachting.  Maar voeden gelijk ook de angst en wantrouwen naar de overheid.
Persoonlijk heb ik hier grote moeite mee, omdat die Bijbelteksten nooit bedoeld zijn om angst aan te wakkeren, maar juist om te bemoedigen en mensen te sterken in het lijden wat zij te verduren hadden. Eens zal het goed komen!
In de gesprekken met gemeenteleden komt het soms ook wel op de wederkomst. We delen onze gedachten hierover.
Ik weet niet altijd even goed hoe ik mij moet verhouden ten opzichte van meningen, dat we uit de Bijbel kunnen aflezen, wat er staat te gebeuren. Zo eenvoudig ligt het niet.

Toch proef en deel ik het verlangen en ook de twijfel, die uit deze gesprekken blijkt.   Houdt God de wereld werkelijk in zijn hand gevat?
Wij spreken dit immers uit, elke zondag: “… Hij die niet loslaat, het werk wat Zijn hand begon”.
Hoe houd ik dit geloof in mijzelf levend, te midden wat er nu allemaal gaande is…… Soms is dit geloof slechts een vlammetje dat zeer zwak is!
Maar dan komt er weer iets naar mij toe…  Een vonk van ver, doet het kwijnend lichtje van dit geloof weer helderder branden.
Bijvoorbeeld toen ik vorige week via Facebook een column las van predikant Rob van Essen.  Hij schrijft: “In deze maand zal in menige kerkdienst weer het mooie, Middeleeuwse ‘Er is een roos ontloken’ gezongen worden. Soms hoor je wel eens dat zulke oude teksten niet meer kunnen. We moeten voor ‘Oosterhuis’ of ‘Sela’ gaan, taal van deze tijd! Maar ik zing graag mee met ‘alle heiligen’, ook zij die ons voorgingen. Ik deel hun vreugde over een God die deze wereld niet afschrijft.

‘In het midden van de nacht’ herkennen ze de actualiteit van de profeten. Ons geloof focust zich niet op de wederkomst, maar op de komst (Advent) van God in deze wereld. In de Kerstverkondiging gaat het zo aards toe – zwangerschap, dakloosheid, voederbak en vlucht naar Egypte – omdat het nog steeds zo toegaat. In die misère komt God binnen en laat Hij zich nog steeds vinden. En weet Hij mij te vinden als twijfel mij bekruipt. Ik geniet van wierookgeur in de nachtmis. Maar de geur van rozen vervult mij met hoop. Met de woorden van Willem Barnard: ‘De aarde wordt een dal van rozen, zondeloos!’ 
Dit kerkblad krijgt u pas, nadat wij kerst hebben gevierd. Maar mijn dominee van vroeger, die van de liturgische vernieuwing in de jaren ’70, hamerde het erin bij de gemeenteleden: Kerst duurt tot Drie Koningen, tot 6 januari. Mijn moeder zuchtte dan, moet die kerstboom echt zo lang in de kamer, met al die loslatende naalden. Maar ik heb het onthouden: We houden ons vast aan de verkondiging van Advent en Kerst en gaan met de rozengeur van Advent het Nieuwe jaar in.

Zo houden wij de hoop hoog! 

Foto: Google vrij te gebruiken, ijzel
terug