Jaargang 37 nr. 3, maart 2022

Jaargang 37 nr. 3, maart 2022
Tegelijkertijd zijn er zorgen om het voortbestaan van de kerk. Zijn er straks nog ‘hoeders van de traditie’? Staat er een volgende generatie klaar die de kerk in stand houdt? Met name in ons deel van het land is de kerkverlating groot. Groningen staat bekend als een sterk geseculariseerde provincie. De kerken lopen leeg. Niet alleen de kerken van de PKN, ook zusterkerken als de Rooms Katholieke Kerk, de reformatorische kerken en evangelische kerken zien hun ledental dalen terwijl er nauwelijks nieuwe aanwas is.
Er was een tijd dat deze problematiek op het bordje van de kerkenraad kwam: Wat doet de kerkenraad eraan dat er meer jongeren naar de kerk komen? En met lede ogen werd aangezien dat er amper nog kinderen werden gedoopt. Inmiddels weten wij dat er voor dit probleem geen simpele oplossing is. Veel kerkelijke gemeenten hebben lange tijd alles eraan gedaan om jongeren binnenboord te houden en hun ouders betrokken te laten zijn. Denk aan de jeugdwerkers binnen de kerk die veel en goed werk hebben verricht. En aan het ruime aanbod kerkdiensten variërend van theaterdiensten tot top 2000-diensten en U2-diensten. Deze sloegen aan. Eenmalig worden ze goed bezocht maar ze leveren geen nieuwe- of meer betrokken leden op. We zullen onder ogen moeten komen dat de kerk, ondanks al onze inspanningen, niet maakbaar is. Het is Christus’ Kerk. Hij is het die haar behoedt en bewaart.
Een christen belijdt dat de toekomst in Gods hand ligt. Deze ligt dus principieel open. Het jaarthema van de landelijke kerk getuigt ervan: ‘Van U (God) is de toekomst’. Dat mag ons tot troost zijn. Het voortbestaan van de kerk hangt niet alleen van ons af. Maar Christus roept ons wel op om het Evangelie, de goede boodschap, uit te dragen in Woord en daad. En de kerk is nog steeds drager van dit Evangelie. Wie een spiritueel thuis zoekt gefundeerd in het christelijk geloof klopt daarvoor bij de kerk aan. Daarom koesteren wij de kerkelijke gemeenschappen als vindplaatsen van geloof, hoop en liefde voor allen wie hiernaar verlangen en zoeken.

Seculiere tijd
Willen we zicht krijgen op de kerk anno 2022 dan zullen wij niet alleen de gang van zaken binnen de kerk in ogenschouw moeten nemen maar ook de maatschappelijke- en sociale context waarin de kerk in ons land functioneert.
De kerk neemt steeds minder een vanzelfsprekende plek in, in het leven van mensen. Waar in 1960 nog ruim 80% van de Nederlandse bevolking katholiek of protestants was, is dat nu gedaald tot 35%. Van deze groep gaat nog maar een minderheid regelmatig naar de kerk.
De oorzaak hiervan is dat wij leven in een seculiere tijd. Vaak wordt secularisatie vertaald met kerkverlating. Zoals de cijfers hierboven aangeven, meten wij de zin en betekenis van de kerk aan het aantal leden af. De kerk ‘doet het goed’ als deze zondags vol zit en als door de weeks tal van activiteiten druk bezocht worden. Hoe meer leden, des te succesvoller de plaatselijke gemeente is. Verliest de kerk leden, dat doet ze iets niet goed.
Dit is mijns inziens een foute conclusie. Deze gedachtegang brengt ons als kerkelijke gelovigen in een negatieve spiraal terecht en ontneemt ons het zicht op waar de kerk principieel voor staat. Dat is, dat binnen de kerk de kwaliteit van relaties bepalend is. Met andere woorden: in de kerk draait het niet om kwantiteit, om de hoeveelheid, maar om de kwaliteit die de betrokkenheid op God en op elkaar bepaalt. In de kerk wil het verlangen naar God centraal staan en daarmee samenhangend: naar het goede leven. Dat is een leven waarin liefde de grondtoon is van al ons denken en doen. Liefde voor God wat zich uit in de liefde voor elkaar. Hierbij horen termen als: dienstbaarheid: rekening houden met wat goed is voor een ander of voor de gemeenschap in plaats van altijd jezelf voorop willen zetten; onbaatzuchtigheid: iets voor een ander of de gemeenschap willen doen zonder er iets voor terug te verlangen; vredelievendheid en vergevingsgezindheid: mensen niet zomaar afschrijven of monddood maken maar, zo mogelijk, in gesprek blijven en een tweede kans geven. Dit vraagt om volharding. Duurzaamheid is een woord wat typisch bij het goede leven past. Het draait om de vraag: wat is ‘zinvol en goed’ niet alleen voor vandaag en morgen maar op de lange duur? En dat alles in het licht van Gods eeuwigheid die verder reikt dan ons beperkte tijdsbesef.
Dat wij in een seculiere tijd leven betekent dan ook niet alleen kerkverlating. Van secularisatie is sprake als het verlangen naar consumptiegoederen, sociale status, een succesvol leven, een gelukkig gezin, een rijk gevulde kerk of een onbezorgde oude dag sterker wordt dan verlangen naar God (hoe moeilijk dat ook te meten is). Kerkverlating is dan ook niet in de eerste plaats te wijten aan een kerkdienst die niet aanspreekt of aan een traditionele liturgie die niet meer aansluit bij ons dagelijks taalgebruik of aan het tijdstip van de kerkdienst – te vroeg in de morgen – maar aan het feit dat God geen (actieve) rol meer speelt in deze tijd. Het ontbreekt mensen aan verlangen naar God. Daarom past beter te zeggen: Er is sprake van secularisatie wanneer mensen hun verlangen niet meer richten op God als degene die hun verlangens vervult.

Secularisatie buiten en binnen de muren van de kerk
Secularisatie speelt zich voor een groot deel buiten de kerk af. Velen hebben de kerk niet meer nodig om hun verlangen naar geluk en een zinvol bestaan te vervullen. ‘Maakbaarheid’ is een groot goed geworden en wie niet gelukkig is, heeft dit aan zichzelf te danken. Met als gevolg dat wij alles onder controle willen houden en het leven van de wieg tot het graf regisseren. Dat het leven ook een onvoorspelbare kant heeft en onberekenbaar kan zijn, schuiven wij het liefst naar de achtergrond. Met als gevolg dat wij er steeds minder tegen bestand zijn en mee om kunnen gaan. En dat geldt ook voor kerkmensen. Secularisatie is de kerk binnengedrongen. De verlangens van kerkmensen worden evenzeer beïnvloed door de kapitalistische wereld als van mensen buiten de kerk. Het consumentisme – een doorgeslagen koopgedrag - wordt beschouwd als een van de krachtigste religies van onze tijd. Dat secularisatie de kerk is binnengeslopen, betekent dat verlangen naar God concurreert met verlangen naar werelds genot en dat verlangen naar God langzaamaan verdwijnt als relevantie voor het menselijk bestaan.
Kerkmensen hebben dus te kampen met tegenstrijdige verlangens. Enerzijds verlangen zij naar God en anderzijds is er het verlangen naar de snelle voldoening van werelds genot.
Die verlangens kunnen elkaar danig in de weg zitten en een mens het leven knap moeilijk maken. De kerkvader Augustinus kreeg er mee te kampen. Enerzijds wilde hij zijn leven aan God wijden, maar anderzijds kon hij het nog niet opbrengen zijn ‘wereldse’ verlangens te beteugelen. Deze strijd schreef hij niet toe aan machten buiten zichzelf, maar geheel en al aan zijn eigen verdeelde ‘ik’. Voor Augustinus is het ‘ik’ dus niet een eenduidige identiteit, maar een arena waarin verlangens van verschillende aard elkaar beconcurreren.
Wij kunnen deze verschillende verlangens dan ook niet zomaar tegen elkaar uitspelen. Alsof er maar één soort verlangen mag zijn. In het verlengde daarvan kunnen we opmaken dat het geen zin heeft alles wat met secularisatie te maken heeft te weren en buiten de deur te houden. Beter kunnen we ermee om leren gaan, ook in de kerk, door secularisatie kritisch tegen het licht houden. Door onszelf vragen te stellen als: Hoe zwaar weegt waardering van anderen voor mij? In hoeverre zet ik mijn hart op een volgende carrièrestap? Wat is de zucht naar macht mij waard? Doorslaggevend is dus niet de aan- of afwezigheid van  verlangens, maar het gewicht wat je eraan geeft. Wat zijn de verlangens die mijn leven richting geven? Welke verlangens bepalen mijn keuzes en prioriteiten? Is er plaats in je leven voor het verlangen naar God, voor de verlangens van je hart? Daar draait het om en in de kerk al helemaal.

Kerk anno 2022
De kerk valt niet los te zien van haar context. Deze context is een geseculariseerde wereld waaruit het verlangen naar God meer en meer verdwijnt. De praktijk heeft uitgewezen dat de kerk niet maakbaar is en onder controle te brengen. Wij zijn aangewezen op degenen die verlangen naar God en naar het goede leven en daar samen handen en voeten aan willen geven. Daarbij weten we ons geleid en geïnspireerd door de Geest die waait waarheen Hij wil.
Wij hebben geconcludeerd dat secularisatie niet alleen speelt buiten de muren van de kerk. Wij kerkmensen dragen allemaal de sporen van de secularisatie met ons mee. Omdat de meesten van ons nu eenmaal (actief) deel uitmaken van de kapitalistische wereld waarin wij leven waarin het verlangen naar God samengaat met verlangen naar consumptiegoederen, sociale status, een succesvol leven, een gelukkig gezin, een rijk gevulde kerk of een onbezorgde oude dag. Gelovige kerkmensen zijn min of meer geseculariseerd geworden. Hiertegen strijden heeft geen zin. Beter is het ons hiervan bewust te zijn en ons af te vragen wat dit voor de kerk anno 2022 betekent.
De taak waar de kerk voor staat, is in de eerste plaats, ruimte te bieden om de lofzang gaande te houden want daardoor eren wij God. In de tweede plaats wil de kerk de plaats zijn waar de relatie met God en Jezus onderhouden wordt en zo af en toe ‘een boost’ krijgt. Daarbij staat de kwaliteit van de relatie met God en met elkaar centraal. En waar die betrokkenheid in de knel komt omdat wij ons verlangen op andere dingen richten, zal de kerk de taak hebben om haar leden door educatie van het verlangen te helpen hun verlangen te richten en te oriënteren op God en het Evangelie. Zo verlegt de kerk haar focus van kwantiteit op kwaliteit en helpt zij ons om te leven – eerlijk en oprecht – in een onzekere wereld. Een wereld die niet haar eigen toekomst schept en in handen heeft, maar door de Geest wordt ingewijd in Gods toekomst. Die duurzaam is en waarin mensen het goede leven genieten kunnen.

Foto: Lente, licentie: Redactieservice
terug