Meditatie, uitgesproken zondag 5 april in de Farmsumerkerk. Meditatie, uitgesproken zondag 5 april in de Farmsumerkerk.
Toch is het maar enkele weken dat wij gewoon op straat liepen en onbekommerd elkaar naderden en dicht op elkaar stonden als we merkten dat er ergens iets bijzonders aan de hand was.
In de evangelielezing is er dus sprake van een menigte. Er waren veel mensen op de been, daarbij één van de toegangspoorten van de stad van de vrede. Waarschijnlijk waren dat pelgrims, die naar Jeruzalem waren gekomen om daar het Pesach te vieren.
Als zij Jezus bemerken, zittend op een veulen, komen zij spontaan in actie.

De beschrijving van Mattheus van deze intocht in Jeruzalem verschilt op enkele punten van die van de andere evangelisten, bij voorbeeld Lucas. Deze evangelist verhaalt dat zijn leerlingen, de groep mensen die met Jezus optrok, beginnen met juichen en het neerleggen van de mantels. Mattheus laat het de menigte doen Een menigte die waarschijnlijk van heinde en ver gekomen is, maar toch bekend is met Jezus, ze hebben in ieder geval van Hem gehoord.

Deze menigte geeft aan het eind van het evangelie van vanmorgen antwoord aan de inwoners van Jeruzalem, “Wie is deze man?”, wordt er door hen gevraagd. Zij die in Jeruzalem zijn, weten kennelijk niet, met wie zij te doen hebben,
Op hun vraag, “Wie is deze man?”, wordt door de menigte geantwoord: “Dat is Jezus, de profeet uit Nazareth in Galilea”

Met profeten is het Joodse volk bekend. Over hen kunnen we lezen in het eerste testament
Een profeet is iemand door wie God spreekt, iemand die het volk steeds op nieuw weer oproept op God de Eeuwige te vertrouwen, het aan Zijn dienst te wijden en barmhartig te zijn en gerechtigheid gestalte te geven in het dagelijks bestaan van de gemeenschap.

Profeten vertolken Gods bedoeling, Zijn droom, een volk dat vrede en recht nastreeft.
Visioenen, waar dikwijls een Messiaanse gestalte in voorkomt. De Gezalfde die de vrede en gerechtigheid die God altijd voor ogen heeft gestaan, zal brengen of terug zal brengen onder het volk.
Jezus sluit met Zijn optreden aan op dit verlangen, vertolkt door de profeten. Hij speelt één van deze dromen uit, Hij laat de profetie uit Zacharia 9 werkelijkheid worden.

Het valt op hoe krachtig en zeker Jezus dat allemaal doet. Juist ook in de details van dit verhaal komt dat aan het licht. Het is alsof Jezus vanaf het begin de regisseur is van dit bijzondere stukje volkstoneel.
Daarom wordt dat zo uitvoerig verhaald, hoe de leerlingen erop uit moeten gaan om speciaal dat ene veulen te halen – terwijl er op elke straathoek een geschikt lastdier te krijgen zou zijn. Daarom die instructies over wat er tegen hen gezegd zou gaan worden – wat ook gebeurt – en wat zij vervolgens zouden moeten antwoorden – wat ook gebeurt – dat is niet anders dan om te onderstrepen hoezeer dit gebeuren van begin tot einde is geënsceneerd door de hoofdrolspeler zelf! Door Jezus zelf!!!

Zijn zekere houding laat zijn innerlijke kracht zien. Jezus is de mens uit één stuk.
Hij is de mens met ferme tred, met zekere gang. Wij weten niet waar het naar toe moet; Hij wel. Hij is doordrongen van die ene missie, om het koninkrijk van Gods liefde voor mens en wereld te verkondigen, tot het bittere einde aan toe, als het moet.

Jezus speelt de profetie van Zacharia uit.  Je zou kunnen zeggen; Jezus doet aan bibliodrama. Dat is een vorm van verwerking van Bijbelverhalen, waarbij je je inleeft in één van de personages die in het verhaal voorkomen.
Wij als gemeenteleden staan waarschijnlijk het dichtstbij de juichende menigte. Wat zou die mensen op straat…merendeel pelgrims op weg naar het Pesachfeest, bewogen hebben Jezus zo binnen te halen?
De juichkreten, die zij naar Jezus toeroepen komen uit een psalm, uit psalm 118.  “Gezegend Hij die komt in de Naam van de Heer” Zij leggen een titel op Jezus, die ook voor de beloofde Messias gebruikt wordt…Zoon van David.

Hosanna is een vreugdekreet, een zegenwens, maar er zit ook een verlangen naar hulp in.
Iemand vertaalde dit Woord Hosanna afgelopen week met hiep hiep help en dat vind ik wel heel treffend.

Hiep hiep help, zoals een kind, dat een tijd alleen is geweest en angstig is geworden en opeens zijn vader of moeder weer ziet, …een vreugdekreet, die eindigt in een snik.

Hiep, hiep help…
Want die juichende menigte die stellen hun vertrouwen in Jezus. Zij zien in Jezus… een Messias, die hun plaatje past. Nederig, maar zelfbewust, komt Hij de vrede; het bevrijdde leven brengen. Een Koning die hen van hun lasten zou bevrijden. De last van de Romeinse bezetting, met de belastingen en andere eisen, die zwaar op hen drukten. De last van het bestaan, de zorg voor het dagelijkse brood…voor de gezondheid van die van henzelf en van voor zij zich verantwoordelijk voelden. De last van de uitzichtloosheid, die dikwijls zo verstikkend was.

In die verwachtingen herkennen wij ons. Het verlangen naar iemand, die ons verlost van lasten in ons leven: de ziekten, die over ons heen vallen, alle moeiten van het bestaan. Hoe dikwijls is ons gebed ook zo: Hosanna…hiep hiep Help…!

Bij bibliodrama worden wij uitgenodigd ons in te leven in een van de personages. Tijdens het schrijven van deze preek kwam ik in het Nederlands Dagblad van 4 april – van gisteren dus kwam ik dat ook tegen: iemand die zich ingeleefd in de rol van één die mensen in de menigte, die Jezus binnengehaald heeft. In de vorm van een gesprek met Jezus
Ik heb dit gesprek in deze overdenking verwerkt. Luistert u maar.

Koning Jezus,

Ik sta hier aan de kant en haal U als een koning
binnen. In mijn Jeruzalem. Die groene jas,
die is van mij. Het lijkt alsof ik hem aan
uw voeten leg. Dat zég ik ook: 'mijn koning
en mijn God', en zing Hosanna - maar ik
bedoel: laat me U helpen, ik baan de weg
die ik wil dat U gaat. Mijn jas wijst U de weg,
mijn weg.

 Ik zing dat U mijn koning bent,
maar kan zo vaak niet buigen. Waar U dit
land, de kerk, de wereld heen leidt, Heer!,
ik protesteer. Als er een virus opduikt, als er
ver weg of heel dichtbij iemand regeert die
niet mijn keuze is, en als mijn leven niet zo
gaat als ik dat voor U had uitgedacht, mijn
Heer, dan wil ik niet dat U regeert.

Mijn God en koning, o ik heb in deze tijd
mijn mening wel over uw ondoorgrondelijk
beleid. Als ik mijn opgesloten kind lesgeef,
als ik voor het leven van geliefden vrees.
Ik vlieg tegen de muur omhoog, maar Heer,
leer mij dan uw palmpasenles: dat U uw weg
ging, tegen ieders beter weten in. En dat
die weg elk voorhangsel liet scheuren.

En leer mij ook dat ik U zegenen moet, die
hier in Godsnaam komt. En dat ik tegen hoop
op hoop, tegen mijn eigen dovemans oren
Hosanna roepen moet: kom mij te hulp.
Want anders sta ik morgen nogmaals
aan de kant, en schreeuw ik, kruisig,
kruisig hem. En loop verloren.

De schrijver van deze reflectie - Rien van der Berg - weet als alle andere lezers van dit evangelie hoe de weg van Jezus verder ging…
Wij weten hoe dezelfde menigte, die in verhaal van vandaag Hosanna roept, een paar hoofdstukken verder, zal schreeuwen, dat deze Jezus gekruisigd moet worden.

Uit deze bovenstaande reflectie komt het besef naar boven dat de schrijver weet heeft van de neiging in hemzelf, om ook dan mee te roepen. De weerstand, die wij bemerken dat Jezus weg anders is dan wij verwachten …want hoe reageren wij als wij ervaren, dat Jezus ons niet verlost van onze lasten? Willen we dan nog met Hem te maken hebben?

Bij bibliodrama worden wij uitgenodigd ons in te leven in één van de personages, Er zullen waarschijnlijk weinigen zijn die de rol van Jezus op te nemen. Tenminste ik voel die aarzeling, die beschroomdheid heel sterk bij mijzelf. Dat zou ik niet gauw doen.

Als we nog eens inzoomen op het evangelieverhaal, dan lezen wij dat Jezus plaats neemt op het veulen. Tenminste dat vermoeden wij, want dat vermeldt Mattheus niet, want als enige evangelist laat hij twee dieren deelnemen aan deze koninklijke intocht. Het veulen en zijn moeder.

Bij het lezen van bij deze evangelieteksten in de Naardense Bijbel kwam ik een veelzeggende uitleg tegen bij de vertaling van het woord dat in onze vertrouwde vertaling weergegeven is met het veulen het jong van een lastdier. De Naardense Bijbel vertaalt dit: met de zoon van een jukdrager. Deze vertaling vind ik treffend

Zoon van een jukdrager.  Een jukdrager: iemand die onze lasten draagt. De last van het kwaad… van de zonde.
Dit beeld raakt aan de beelden uit de profeten, beelden, die de evangelisten …die Paulus ook op Jezus hebben gelegd. Om betekenis te geven aan zijn lijden, sterven en opstanding.

Zoals wij bij bibliodrama worden uitgenodigd om ons al spelend in te leven in de rol van een van de personages van het verhaal, nodig Paulus zijn lezers in de brief van Filippenzen uit om te leven zoals Jezus heeft geleefd.
Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. En dan verhaalt hij in poëtische taal over de totale overgave van Jezus, het gebeuren, dat wij in de komende week gedenken.

Het is een oproep om dienend aanwezig te zijn in elkaars leven, om elkanders lasten dragen, zoals Jezus de last van het kwaad heeft gedragen.

In deze 40-dagentijd worden wij bepaald bij de weg, die Jezus ging. En misschien geconfronteerd bij de weerstand die deze weg oproept in onszelf …
Zittend op een ezel, rijdt Jezus welbewust de stad binnen, waar Hij zal lijden… de stad, die Hem als vernederde, uitgejouwde slaaf naar buiten zal drijven, veroordeeld tot de dood aan het kruis…. Een kruis, dat het beeld van de overwinning van Gods liefde over het kwaad zal blijken te zijn…
Kunnen wij Hem volgen op die weg?

En leer mij ook dat ik U zegenen moet, die
hier in Godsnaam komt. En dat ik tegen hoop
op hoop, tegen mijn eigen dovemans oren
Hosanna roepen moet: kom mij te hulp.
Want anders sta ik morgen nogmaals
aan de kant, en schreeuw ik, kruisig,
kruisig hem. En loop verloren.
Amen.

 
terug