Project Moldaviƫ (juni2022) Project Moldaviƫ (juni2022)
Het persoonlijk verhaal van David Barbanoua die bij de organisatie Bethania een warm welkom vindt.
Ik ben geboren op 16 maart 1940 in Tintareni, Moldavië. Onze familie bestond uit vier kinderen: drie jongens en een meisje. Ik was vijf toen de oorlog voorbij was, maar ik kan me nog altijd dingen herinneren, bijvoorbeeld dat we ons moesten verschuilen om ons leven te redden. Toen ik zeven was, kwam er hongersnood in ons land. Gelukkig werkte mijn vader bij een meelfabriek, waardoor wij de honger minder gevoeld hebben. Mijn moeder werkte in de keuken van een kolchoz (staatsboerderij). Ik had geweldige ouders.
Ik heb zeven jaar op school gezeten, dat was in die tijd normaal. In de zomer werkten we op het land. Nadat ik van school kwam, ben ik samen met andere jongens uit het dorp opgepakt door de overheid die ons naar een kamp bracht, waar we moesten leren en werken. Onze ouders wisten niet waar we waren. Weglopen kon niet: als je dat deed, kreeg je gevangenisstraf. Ik heb daar het timmermansvak geleerd. Ook heb ik er een meisje leren kennen, Tatiana. Zij is later mijn vrouw geworden. Toen ik 18 jaar was, kwam ik uit het kamp en werd ik samen met vele anderen te werk gesteld om een weg aan te leggen. Dat was erg zwaar werk en je kreeg bijna niet te eten, alleen brood en thee. Ik heb kans gezien om daar weg te komen en heb toen een opleiding gedaan voor chauffeur. Ik kwam na het behalen van het rijbewijs op de vrachtwagen terecht.
Toen ik 19 werd, moest ik het leger in. Ik werd samen met andere jongens in een veewagon naar Sevastopol in De Krim gebracht. Ook in het leger was ik chauffeur. Later kwam ik bij de marine terecht, waar ik vier jaar heb gediend. Toen ik na die vier jaar thuis kwam, ben ik heel snel met Tatiana getrouwd.  We hebben drie kinderen gekregen: twee meisjes en een jongen. Inmiddels hebben we vijf kleinkinderen en drie achterkleinkinderen.



David en een andere bezoeker van het ouderencentrum.

Toen ik 70 was, en al tien jaar met pensioen, gebruikte ik heel veel alcohol. Ik moest naast mijn pensioen ook nog werken als wacht. Op een ochtend, toen ik op weg was naar mijn werk, begon ik erg te trillen en voelde ik me erg beroerd. Ik heb toen een hersenbloeding gehad, waardoor ik eenzijdig verlamd ben geraakt.
Er brak een heel moeilijke periode in mijn leven aan. Ik zag in dat mijn gezondheid slecht was en ben gestopt met drinken. Ik moest weer leren lopen met een stok. Inmiddels waren al mijn kinderen de deur uit en zat ik samen met mijn vrouw alleen thuis.

Toen het dagcentrum voor ouderen van Bethania open ging, hebben ze ons samen uitgenodigd om daar dagelijks naar toe te komen. Ik kom er nu elke dag, en heb nog nooit een dag overgeslagen. De tijd gaat sneller voorbij in het centrum, je voelt je niet meer zo eenzaam en er is een leuk programma. De zaterdagen en zondagen als het centrum dicht is, duren lang voor mij.
Mijn vrouw blijft thuis. Ze is ooit gevallen en kan niet op het centrum komen. Ze krijgt wel een maaltijd thuis bezorgd. Ik ben ontzettend blij met het centrum, het eten is er echt ontzettend goed. De sociaal werksters zijn bijzonder vriendelijk, je kunt er onder de douche, er zijn verschillende activiteiten, het is er warm en soms gaan we een dagje uit.

 
terug