Jaargang 41 nr 9, september 2026
![]() The Calling of Peter’, Engels atelier (waarschijnlijk Heaton, Butler & Bayne of Morris & Co.), ca. 1880-1895, glas in lood, Verenigd Koninkrijk
In Jezus’ tijd was de werkloosheid en armoede in Galilea namelijk een probleem van de eerste orde, beslist groter dan we in ons land ooit hebben gekend. Er waren nauwelijks sociale voorzieningen. Verarming en honger lagen dus op de loer. In dit verhaal van de roeping van de eerste leerlingen realiseren we ons dat Jezus hier hardwerkende mannen, die vaak tegen een hongerloontje moesten zwoegen, de werkloosheid instuurt. Mannen die ’s nachts gaan vissen en ’s morgens vaak moeten constateren dat ze niets gevangen hebben, zodat ze niet weten hoe ze die dag hun gezinnen moeten voeden. Vissers die hun schip en netten, hun broodwinning, zomaar in de steek laten, om een onherroepelijke en onzekere stap te nemen tot een ander leven. Hoe is dat mogelijk? Kennen zij geen verantwoording tegenover hun gezinnen? En vraagt Jezus van hen niet om een onverantwoorde keuze te maken?
Nu waren er in de tijd van Jezus veel rondreizende rabbi’s, die op allerlei plaatsen, zoals in synagogen en op pleinen van dorpen, Tora-onderwijs gaven aan kinderen, oudere leerlingen en volwassenen. Daarbij kozen die leerlingen meestal zelf voor een bepaalde rabbi om deze te volgen. Jezus doorbreekt dat patroon. Hij kiest zijn eerste leerlingen zelf uit. Later zullen veel meer leerlingen – waaronder ook vrouwen – hem uit eigen keuze gaan volgen. Maar voor allen betekende het vaak een radicale keuze, te vergelijken met de keuze van Abram: alles achter je laten en wegtrekken naar een onbekende toekomst. De Duitse theoloog en dieptepsycholoog Drewermann zegt hierover in zijn commentaar op het Marcusevangelie: ‘Kennelijk ging er van Jezus zo’n aantrekkingskracht uit, dat hij in staat was om mensen uit hun dagelijks leven, uit hun vertrouwde omgeving weg te roepen en in een totaal nieuwe wereld te plaatsen en wel meteen’, zoals Marcus 42 keer in zijn evangelie zegt. ‘Duidelijk voelbaar moet er van hem een gevoel van diepe geborgenheid zijn uitgegaan’ (…) ‘De manier waarop een mens wordt geroepen en de wijze waarop hij zijn roeping beantwoordt is meestal beslissend voor zijn hele leven.’ Mensen vissen In dit verhaal over de roeping van de eerste discipelen valt op twee manieren een definitieve beslissing in het leven van Simon en zijn broer Andreas, en van Jakobus en zijn broer Johannes. Bij het eerste stel broers, Simon en Andreas, staat: ‘zij waren vissers’ (vers 16). Mensen worden vaak vereenzelvigd met hun sociale milieu, met het beroep waarmee ze hun geld verdienen, waarvan zij afhankelijk zijn. Zij behoren tot de loonarbeiders, dagloners, de laagste klasse van de samenleving, slachtoffer van hun vaak vernederende arbeidsomstandigheden. ‘Zij waren vissers’ betekent: dat is alles wat van ze gezegd kan worden. Hun identiteit valt samen met hun beroep en dat bepaalt voorgoed hun sociale status en bestemming. Dat besef moet vast in hen geleefd hebben: ‘wij zijn slechts vissers, niks anders’, of zoals vroeger werd gezegd: ‘als je geboren bent als een dubbeltje, zul je nooit een kwartje worden’. Dááruit roept Jezus hen weg: ‘Kom mee, mij achterna, en ik zal maken dat jullie vissers van mensen worden!’ (vers 17). Het betekent niet dat zij moeten ophouden vissers te zijn. Hun vaardigheden als beroepsvissers veranderen vanaf nu in manieren om ‘mensen te vissen’. Geduld, volharding, waakzaamheid, vastberadenheid, eigenschappen die noodzakelijk zijn voor een visser, zullen ze nu kunnen inzetten om ‘vissers van mensen’ te worden. In de tweede scène (vers 19-20) roept Jezus Jakobus en Johannes, zijn broer. Ook zij zijn vissers. Maar nog meer: ‘de zonen van Zebedeüs’. Zij worden óók uit hun familiekring, hun naaste verwanten en uit de kring van de dagloners weggeroepen. Zij zitten dus niet alleen verstrikt in de laagste sociale klasse van dagloners en slaven, maar meer nog in een sterke biologische macht, die hen voorgoed maakt tot ‘de zonen van…’ Daaruit roept Jezus hen weg. Mensen zijn niet bestemd om levenslang ‘de zoon van …’ te zijn. Dat kan hen maken tot gevangenen van de (familie)traditie, die in de tijd van Jezus heel sterk was. Hij roept ze weg uit hun traditie, niet omdat die verkeerd was. Tradities, alles wat we geleerd hebben, kunnen tot grote steun zijn in het leven, maar ook tot een ondraaglijke macht worden die ons gevangenhoudt. Mensen zijn niet geroepen om voor altijd kinderen van anderen te zijn en te blijven denken en handelen volgens de voorschriften van de traditie met vaste regels en normen. We zullen ook de moed en kansen moeten hebben om ertegen in te gaan als dat nodig is. Om je niet als een slaaf door het leven te slepen, maar te ervaren hoe groot de kracht is als je aan Gods roepstem gevolg geeft. Die roepstem houdt in: kinderen van God te zijn en in navolging van Jezus te leven naar zijn levende Tora. Hem volgen betekent: je leven verliezen om een ander leven te winnen en anderen te kunnen ‘vangen’ tot vrijheid in zijn naam.In verband met het overlijden van één van onze zeer gewaardeerde scribenten, Tineke Sikkema – Stienstra, hebben we voor deze MEDITATIEF gekozen voor één van de zogenaamde Struikelteksten, die ons regelmatig worden toegezonden via uitgeverij Skandalon en geschreven worden door JOHAN MURRE. | ||
| terug | ||



We zullen ook de moed en kansen moeten hebben om ertegen in te gaan als dat nodig is. Om je niet als een slaaf door het leven te slepen, maar te ervaren hoe groot de kracht is als je aan Gods roepstem gevolg geeft. Die roepstem houdt in: kinderen van God te zijn en in navolging van Jezus te leven naar zijn levende Tora. Hem volgen betekent: je leven verliezen om een ander leven te winnen en anderen te kunnen ‘vangen’ tot vrijheid in zijn naam.