Orgelconcert in de Farmsumer Kerk Orgelconcert in de Farmsumer Kerk
De Stichting Lohmanorgel Farmsum heeft in 2026 een uitermate boeiend concertprogramma voor u in petto.
Het eerste concert wordt op zaterdag 16 mei om 20.00 uur gegeven door PETER WESTERBRINK, organist van het Schnitger-orgel in de A-Kerk in Groningen.
Entree : € 12,00. Pinnen is mogelijk.



Peter heeft een programma samengesteld met twee grote orgelwerken in de hoofdrol.
Als eerste werk de Derde Sonate opus 23 van August Gottfried Ritter (1811-1885), die een mijlpaal vormt in de ontwikkeling van de Duitse negentiende-eeuwse orgelsonate. Ritter was een van de meest vooraanstaande organisten van zijn tijd. Als orgelvirtuoos, improvisator en componist oogstte hij alom bewondering. Als orgelexpert drukte hij een belangrijke stempel op grote (nieuwbouw) projecten, waarbij hij zich kritisch uitliet over modieuze vernieuwingen. Groot is zijn bewondering voor componisten als Frescobaldi, Scheidt, Muffat en Händel.
Als organist werkte hij enkele jaren aan het grote (en nog bestaande) Ladegast-orgel van de Merseburger Dom. Zijn levensbestemming vond hij echter in de Dom van Magdeburg met het beroemde Compenius-orgel uit 1605. Voor dit orgel, in de kern nog volop barok, componeerde hij zijn derde orgelsonate. In 1856 werd dit instrument echter vervangen door een geheel nieuw orgel van Adolf Reubke. Op instigatie van Ritter, dat wel.
Zoals gezegd, de derde Sonate is een mijlpaal. Vinden we bij Felix Mendelssohn - Bartholdy nog de traditionele meerdelige orgelsonate, Ritter experimenteert, net zoals de door hem bewonderde Franz Liszt, met de doorgecomponeerde vorm, waarbij de verschillende delen in elkaar overgaan en weer gevarieerd herhaald worden, alles in een uiterst divers vormenpalet : toccata, recitatief, aria, koraal, thema met variaties en fuga.

Dit experimenteren met de doorgecomponeerde vorm was overigens niet alleen een Duitse aangelegenheid. In Frankrijk zien we dezelfde ontwikkeling,  bijvoorbeeld in de Grande pièce symphonique van César Franck (1822-1890). Ook hier hebben we te maken met een soort sonate, nu in vier delen.
Na een rustige inleiding, Andante serioso, met een prachtig lyrisch thema en een kort dalend motief als tegenhanger, volgt het eerste deel, Allegro non troppo e maestoso. in de traditionele sonatevorm, waarbij twee thema’s worden gepresenteerd, het eerste enigszins bombastisch, het tweede koraalachtig, die vervolgens vrij verwerkt worden. Ter afsluiting klinkt het korte dalende motief uit de inleiding.
Het tweede deel van de sonate is een teer en ontroerend Andante dat zonder onderbreking overgaat in het snelle derde deel, Allegro, waarin halverwege een zangerige melodie opduikt, waarna het Andante gevarieerd herhaald wordt.
Dan volgt de grote finale, waarin bijna alle thema’s en motieven uit het voorgaande nog eens de revue passeren, om te eindigen met het stralende bombastische beginthema ( nu in majeur), dat ook het materiaal levert voor een spectaculaire afsluitende fuga. En daarmee grijpen zowel Ritter als Frank op een oude traditie terug om orgelspel te beëindigen met een vrolijke fuga.

Als intermezzo klinken twee werkjes van Lefébure-Wély (1817-1869). Verafgood door het grote publiek, maar ook verguisd door zijn flamboyante stijl, was hij verreweg de populairste organist van Parijs. Bewonderd door de grote orgelmaker Aristide Cavallé Coll, die veel Parijse kerken van schitterende orgels voorzag, werd hij in 1846 organist van diens beroemde orgel in de Madeleine en vanaf 1863  van de St. Sulpice. Ze waren als vrienden onafscheidelijk en promootten elkaars werk.
Tegenover zijn veel populairdere tijdgenoot stak het werk van Franck bij het grote publiek als veel te serieus af. Maar terwijl Lefébure’s ster in onze tijd is verbleekt, droeg César Franck wél zijn bekende Final op ‘A son ami (!) Monsieur Lefébure-Wély.


We zien u graag op zaterdag 16 mei !!

Bert Veentjer











De Stichting Lohmanorgel Farmsum heeft in 2026 een uitermate boeiend concertprogramma voor u in petto.
Het eerste concert wordt op zaterdag 16 mei om 20.00 uur gegeven door PETER WESTERBRINK, organist van het Schnitger-orgel in de A-Kerk in Groningen.

Peter heeft een programma samengesteld met twee grote orgelwerken in de hoofdrol.
Als eerste werk de Derde Sonate opus 23 van August Gottfried Ritter (1811-1885), die een mijlpaal vormt in de ontwikkeling van de Duitse negentiende-eeuwse orgelsonate. Ritter was een van de meest vooraanstaande organisten van zijn tijd. Als orgelvirtuoos, improvisator en componist oogstte hij alom bewondering. Als orgelexpert drukte hij een belangrijke stempel op grote (nieuwbouw) projecten, waarbij hij zich kritisch uitliet over modieuze vernieuwingen. Groot is zijn bewondering voor componisten als Frescobaldi, Scheidt, Muffat en Händel.
Als organist werkte hij enkele jaren aan het grote (en nog bestaande) Ladegast-orgel van de Merseburger Dom. Zijn levensbestemming vond hij echter in de Dom van Magdeburg met het beroemde Compenius-orgel uit 1605. Voor dit orgel, in de kern nog volop barok, componeerde hij zijn derde orgelsonate. In 1856 werd dit instrument echter vervangen door een geheel nieuw orgel van Adolf Reubke. Op instigatie van Ritter, dat wel.
Zoals gezegd, de derde Sonate is een mijlpaal. Vinden we bij Felix Mendelssohn - Bartholdy nog de traditionele meerdelige orgelsonate, Ritter experimenteert, net zoals de door hem bewonderde Franz Liszt, met de doorgecomponeerde vorm, waarbij de verschillende delen in elkaar overgaan en weer gevarieerd herhaald worden, alles in een uiterst divers vormenpalet : toccata, recitatief, aria, koraal, thema met variaties en fuga.

Dit experimenteren met de doorgecomponeerde vorm was overigens niet alleen een Duitse aangelegenheid. In Frankrijk zien we dezelfde ontwikkeling,  bijvoorbeeld in de Grande pièce symphonique van César Franck (1822-1890). Ook hier hebben we te maken met een soort sonate, nu in vier delen.
Na een rustige inleiding, Andante serioso, met een prachtig lyrisch thema en een kort dalend motief als tegenhanger, volgt het eerste deel, Allegro non troppo e maestoso. in de traditionele sonatevorm, waarbij twee thema’s worden gepresenteerd, het eerste enigszins bombastisch, het tweede koraalachtig, die vervolgens vrij verwerkt worden. Ter afsluiting klinkt het korte dalende motief uit de inleiding.
Het tweede deel van de sonate is een teer en ontroerend Andante dat zonder onderbreking overgaat in het snelle derde deel, Allegro, waarin halverwege een zangerige melodie opduikt, waarna het Andante gevarieerd herhaald wordt.
Dan volgt de grote finale, waarin bijna alle thema’s en motieven uit het voorgaande nog eens de revue passeren, om te eindigen met het stralende bombastische beginthema ( nu in majeur), dat ook het materiaal levert voor een spectaculaire afsluitende fuga. En daarmee grijpen zowel Ritter als Frank op een oude traditie terug om orgelspel te beëindigen met een vrolijke fuga.

Als intermezzo klinken twee werkjes van Lefébure-Wély (1817-1869). Verafgood door het grote publiek, maar ook verguisd door zijn flamboyante stijl, was hij verreweg de populairste organist van Parijs. Bewonderd door de grote orgelmaker Aristide Cavallé Coll, die veel Parijse kerken van schitterende orgels voorzag, werd hij in 1846 organist van diens beroemde orgel in de Madeleine en vanaf 1863  van de St. Sulpice. Ze waren als vrienden onafscheidelijk en promootten elkaars werk.
Tegenover zijn veel populairdere tijdgenoot stak het werk van Franck bij het grote publiek als veel te serieus af. Maar terwijl Lefébure’s ster in onze tijd is verbleekt, droeg César Franck wél zijn bekende Final op ‘A son ami (!) Monsieur Lefébure-Wély.

Entree : € 12,00. Pinnen is mogelijk.

We zien u graag op zaterdag 16 mei !!

Bert Veentjer









 
terug